Omgevingspsycholoog

5 tips over hoe jouw studeerkamer je helpt concentreren

Om goed te kunnen studeren of werken wil je geen afleiding. Privacy, het dempen van onvoorspelbare geluiden en natuur helpen jou beter te concentreren.

Om goed te kunnen studeren of werken wil je zo min mogelijk afgeleid worden. Wist je dat jouw omgeving hierbij een belangrijke rol speelt? Door privacy te creëren, onvoorspelbaar geluid te dempen of te kijken naar een stukje natuur kun je ervoor zorgen dat je je beter kunt concentreren. Wil je meer weten over hoe je jouw kamer zo kunt inrichten dat je je beter kunt focussen? Hieronder leg ik, Melissa Degen, graag uit hoe je dat doet.

Te veel taken voor te weinig tijd; focus

Zo veel te doen en er is maar beperkte tijd. Het liefst zouden we alles tegelijk doen en dan nog tijd overhouden om te relaxen. Maar de aandacht die je kan besteden per moment heeft een limiet. Dus door je aandacht te verdelen over verschillende taken zal je prestatie lager liggen en zal je meer fouten maken vergeleken met als je je focust op een enkele taak. Daarbij ervaar je ook meer stress bij multitasking, dan als je je focust op één taak (Paridon & Kaufmann, 2010).

Je volle aandacht op één taak tegelijkertijd richten is dan de oplossing. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want hoe zorg je er nou voor dat je niet wordt afgeleid door prikkels uit de omgeving? Wie wordt er niet eens afgeleid door een mailtje, whatsappje of een om aandacht vragende huisdier?

Aandacht is cruciaal om iets te onthouden en dus om te studeren of leren. Maar wat is aandacht nou precies?

Wat is aandacht?

Een gangbare definitie van aandacht is: Het in bezit nemen van de mind in duidelijke en levendige vorm, door één uit verschillende en gelijktijdige optredende objecten of gedachten (James, 1890). Oftewel: het selectief focussen van bewustzijn op een deel van de omgeving die je met je zintuigen waarneemt. In eerste instantie gebruik je je ogen om te kiezen waar de aandacht heengaat, vervolgens hebben geluiden ook invloed op waar je aandacht heen gaat (Gleitman e.a., 2011).

(On)gewenste afleiding

Dat jouw aandacht wisselt van taak of object is helemaal niet vervelend, want je wil niet de hele dag alleen maar naar de muur staren. Maar wat is een gewenste aandachtsverandering en wat zie je als afleiding? De situatie waarin je zit en welk doel je hebt bepaald of iets afleiding is of niet.

Stel, je loopt door de stad met een vriend of vriendin en jullie hebben een discussie. Op het moment dat je de straat wil oversteken, toetert er een auto en schiet je zonder dat je tijd hebt om erover na te denken terug naar de stoep. Op zo een moment is afleiding wenselijk.

Hoe kun jij je goed concentreren op je studeerkamer?Een ander voorbeeld is: je zit ’s avonds laat in je studeerkamer en jouw doel is om dat laatste hoofdstuk uit die dikke pil eindelijk eens uit te lezen. Dan zal je het geluid van een feestje bij de buren niet als gewenste afleiding zien.

In het eerste en tweede voorbeeld zijn dezelfde mechanismen aan het werk. Het verschil is dat jouw doelen anders zijn, waardoor afleiding gewenst of juist ongewenst wordt.

Het trekken van aandacht door de omgeving wordt ook wel bottom-up aandacht genoemd en dit gebeurt automatisch, dus hier heb je geen controle over. De bewuste aandacht die je wel zelf onder controle hebt, wordt ook wel top-down aandacht genoemd. Bijvoorbeeld als jij je wilt focussen, stuur je jouw aandacht weer terug van het geluid van het feestje naar het boek. Het bewust kunnen controleren van aandacht (top-down) is een vaardigheid die van factoren afhangt zoals motivatie en functioneren van (voornamelijk frontale) hersenstructuren (Kessels e.a., 2012).

Top-down aandacht kost veel energie omdat je eigenlijk de hele tijd aan het corrigeren bent. Als je wilt focussen, zou het veel handiger zijn als we in eerste instantie niet door de omgeving worden afgeleid. Dat is precies waar ik het in het volgende deel over wil hebben. Hoe kan je de prikkels uit de omgeving (bottom-up aandacht) minimaliseren waardoor je, ook als je even wat minder motivatie hebt, toch je aandacht makkelijker bij het dikke boek kan houden.

Hieronder geef ik een aantal suggesties hoe je minder snel afgeleid kunt raken in je studeerkamer en daardoor beter kunt focussen (en hopelijk gemakkelijker, of in ieder geval korter kunt studeren).

Wat is de beste plaats in de kamer bij daglicht?

Studeer je beter op een plek die je fijn vindt? Dit onderzochten Wang en Boubekri (2010) in een zonverlichte ruimte. Hieruit blijkt dat de meest gewilde plekken dicht bij het raam zijn, waar je het meeste licht vangt en naar buiten kan kijken.

De plek waar je het beste kon presteren, bleek in de hoek te zijn die aan de overkant van het raam lag. Hier heb je het overzicht van de hele kamer. Daarbij heb je meer privacy omdat je ver van het raam af zit (vanaf buiten kunnen anderen jou niet zo maar zien). Het gevoel van controle en privacy blijkt in dit geval (een grote ruimte) belangrijker te zijn voor je concentratie dan het licht.

Stel, je zit in een kleinere kamer zoals je studeerkamer waar je niet zo veel keuze hebt in een plek om te zitten. Wat voor invloed heeft licht dan?

Goede verlichting

Licht kan verschillen in sterkte. In de wintermaanden wordt het steeds eerder donker en dat compenseren wij dan door een licht aan te steken. Lampen variëren in sterkte. Deze sterkte beïnvloedt jouw concentratie.

Het blijkt dat niet ieder soort licht bevorderend is voor concentratie (Shamsul e.a., 2013). Wat wit licht genoemd wordt, is de meest gebruikte verlichting en daarin heb je verschillende kleurtemperaturen. Zo kan je bijvoorbeeld kiezen uit warm wit licht (3000 K), koud wit licht (4000 K) en kunstmatig daglicht (6500 K).

Kleurtemperaturen
Verschillende kleurtemperaturen van licht. (Afbeelding van Holek, gebruikt onder CC licentie.)

De beste kleurtemperatuur om bij te studeren blijkt het koude witte licht te zijn (van ongeveer 4000 K). Buiten dat het als de meest comfortabele lichtkleur wordt aangegeven van de drie, houdt je het langer vol erin te studeren en maak je minder fouten met bijvoorbeeld schrijven (Shamsul e.a., 2013).

Wat erg voor de hand liggend is, maar wat toch wel genoemd moet worden, is dat minder sterk licht voor slaperigheid zorgt. Als de lichtsterkte vermindert, heeft dat direct een afremmend effect op het zenuwstelsel. Wat op zijn beurt weer zorgt voor een vermindering in alertheid. Je lichaam gaat zich klaarmaken voor rusten of slapen, wat normaal is voor ons in het donker. Dus probeer zwakke verlichting te vermijden als je wilt studeren (Smolders e.a., 2012).

Tijdens het studeren is een lamp met 5000K (koud, wit licht), die de kamer en vooral je bureau goed verlicht, dus een aanrader. Als je straks in de bouwmarkt staat en je vraagt je af welke lamp je moet hebben, kijk dan op de zijkant van de verpakking, daar staat het op.

Temperatuur

Je zou misschien verwachten dat een aangename warme temperatuur ervoor zorgt dat je goed kan werken, maar dat is niet het geval. Als kamertemperaturen tussen de 20 en 26 graden Celsius worden vergeleken, blijkt dat juist de koudste temperatuur zorgt voor verbeterde aandacht.

Hoe beinvloedt temperatuur jouw concentratieNet als licht, beïnvloedt de temperatuur ook het zenuwstelsel. In dit geval zorgt een lagere temperatuur voor een activatie van het zenuwstelsel, wat weer zorgt voor een verhoging van de alertheid (Tham & Willem, 2009). Natuurlijk zijn extreem koude temperaturen niet wenselijk, omdat je dan afgeleid raakt omdat je het te koud krijgt.

(On)voorspelbare afleiding

Onze aandacht verplaatst zich vooral als er iets verandert in de omgeving waarvan je niet weet wat het is. Dit verrast ons dan. Een onbekend of onverwachts geluid , zal je dan afleiden van waar je mee bezig was (dit is een voorbeeld van bottom-up aandacht, hierboven uitgelegd). De voorspelbaarheid van veranderingen in onze omgeving, maakt dat het ons meer of minder afleidt.

Stel: je ziet dat het licht op de gang aangaat, waardoor je weet dat er mensen aankomen die heel waarschijnlijk geluid gaan maken (zoals een deur dichtslaan). Doordat je weet dat het eraan komt, kan je de afleiding gemakkelijker negeren en verder gaan waarmee je bezig was, dan als je deze informatie niet had gehad.

Dat komt omdat als er voor een onbekend geluid een cue komt waardoor je weet dat er afleiding op komst is, je hier minder last van zal hebben. Ook al is het geluid zelf nog onbekend of niet passend bij de situatie, het feit dat je weet dat er wat aankomt zorg ervoor dat je het beter kan negeren (Horváth & Bendixen, 2011). De informatie dat er iemand aankomt, geeft controle over de situatie. Je kunt er dan zelf voor kiezen de afleiding te negeren.

Hoe ouder je wordt, hoe slechter het lukt om dit soort afleidingen te negeren. Jongeren hebben dus minder moeite met een onvoorspelbaar dichtslaande deur dan ouderen (Parmentier, & Andrés, 2010).

Verstaanbaar geroezemoes

Spraak op de achtergrond is ook erg afleidend. Bij spraak van 40dB (fluisteren) raak je al afgeleid. Terwijl als je onverstaanbaar gefluister hoort (bijvoorbeeld in een taal die je niet beheerst), je niet afgeleid wordt. De afleiding door spraak heeft als gevolg dat je meer fouten maakt bij het schrijven en het korte termijn geheugen wordt verzwakt (Liebl e.a., 2011).

Een voorbeeld hiervan is dat je een verslag aan het typen bent en als je het terugleest zie je ineens een woord staan wat er helemaal niet thuishoort, maar wel in het gesprek van de anderen voorkwam.

Tip: ga op een plek zitten waar je bekend mee bent en waar de geluiden dus niet voor afleiding kunnen zorgen. Natuurlijk is zoiets nooit 100% te vermijden, maar een rustige stille plek heeft de voorkeur op een drukke omgeving als je wil studeren.

Kijken naar een stukje natuur

planten op kantoor kunnen stress helpen reducerenEén of meerdere planten in je kamer verhoogt je aandacht bij een vermoeiende taak, zoals studeren. De verklaring hiervoor is dat naar natuur kijken een herstellende functie heeft waardoor je minder vermoeid raakt. Het is ook een mogelijkheid dat het kijken naar natuur stress verminderende gevolgen heeft, wat zich ook uit in minder vermoeidheid en dus verhoogde concentratie vergeleken met een plantloze omgeving (Raanaas e.a., 2010). Voor meer informatie, lees ook de blog helpen planten op kantoor ons ontspannen?

Conclusie

Om een aangename en productieve werksfeer te creëren zijn de volgende factoren van belang. Zorg voor:

  • voldoende privacy en een overzicht van de kamer;
  • verlichting met een kleurtemperatuur van 4000 K;
  • een wat lagere temperatuur;
  • het dempen van achtergrond geluiden in huis;
  • de aanwezigheid van planten.

2 opmerkingen

  • In je artikel zijn deze 2 zinnen tegenstrijdig lijkt mij?;

    De beste kleurtemperatuur om bij te studeren blijkt het koude witte licht te zijn (van ongeveer 4000 K).

    Tijdens het studeren is een lamp met 5000K (koud, wit licht), die de kamer en vooral je bureau goed verlicht

    Wat is nou de beste kleurtemperatuur om bij te werken/studeren?

Over de schrijver

Melissa Degen

Ik ben Melissa Degen en ik ben al zo lang als ik me kan herinneren geïnteresseerd geweest door menselijk gedrag. Daarom studeer ik natuurlijk psychologie (aan de Radboud Universiteit in Nijmegen). In dit vakgebied vind ik bijna alles boeiend, maar ik heb de afgelopen tijd gemerkt dat ik echt heel erg enthousiast word als het om omgevingsfactoren gaat. Het is fascinerend hoe kleine (en vaak onopgemerkte) factoren zo veel invloed kunnen hebben op gedrag.

Na mijn bachelor wil ik mij gaan specialiseren in sociale en omgevingspsychologie. Omdat het met leuk leek daar al tijdens mijn studie mee te beginnen, schrijf ik blogs voor OmgevingsPsycholoog.nl.

Wil je iets weten of heb je een leuke tip, neem dan contact met mij op!

Direct contact over dit onderwerp?

Uw e-mail adres

Uw bericht

Type deze code over
captcha

Delen met elkaar

Kan de inhoud interessant zijn voor anderen?