Omgevingspsycholoog

Help!? Afhankelijk in Nederland

We hechten aan zelfstandigheid. Sommigen zijn aangewezen op hulp van anderen. Hoe we deze hulp organiseren, is iets waar we kritisch bij stil mogen staan.

In Nederland hechten we veel waarde aan zelfstandigheid. Dit blijkt onder meer wanneer we onderweg gaan en we ons met het openbaar vervoer verplaatsen. Het OV is echter niet voor iedereen zelfstandig toegankelijk. Een deel van de mensen is aangewezen op de hulp van anderen. De manier waarop deze hulp geboden wordt, is iets waar we kritisch bij stil mogen staan.

Waarom schrijf ik dit artikel?

Tijdens een gesprek vroeg Joren me of ik eens iets wilde schrijven over reizen in het OV met een rolstoel. Hij stelde voor dat ik een reis naar München zou beschrijven en de verschillen tussen Nederland en Duitsland in toegankelijkheid van het OV uit de doeken zou doen.

Ik ben geregeld onderweg, alleen en in gezelschap, in binnen- en buitenland meestal met het openbaar vervoer, met de trein naar Rome of vanuit Barcelona. Ik heb zo een groot reservoir aan ervaringen van toegankelijke en ontoegankelijke openbaar-vervoersystemen en de bejegening van mensen met beperkingen opgebouwd. Hier wil ik wel uit delen. Dus mijn antwoord was: prima. Maar daar waren jullie al achter, anders zaten jullie hier immers niet te lezen. We gaan alleen niet naar München.

Wie is Christiaan?

Laat ik eerst mijzelf kort voorstellen. Mijn naam is Christiaan. Ik maak zoals gezegd gebruik van een rolstoel. Dit komt omdat mijn benen steeds minder doen wat ik vraag. Kort en eenvoudig, zonder medische termen gezegd, komt het er op neer dat ik een storing heb onder in mijn rug waardoor signalen van boven, uit mijn hoofd wel te verstaan, hun weg steeds minder goed weten te vinden. Mijn benen gaan meer en meer hun eigen weg. Niet dat ze er met me vandoor lopen zonder dat ik dat wil. Het gaat om trillingen en spanningen. Een revalidatiearts zei me ooit: je verricht de inspanning van een marathonloper terwijl je gewoon stil zit. Verder is mijn lievelingseten boerenkool met worst. Om deze korte zelfbeschrijving even te completeren.

Het sociaal model van beperkingen

Voordat er ook maar een trein in beweging komt wil ik eerst het sociaal model van beperkingen bij jullie introduceren. Dit doe ik even via een omweg. Stel je voor dat er in de toekomst mensen met punthoofden geboren zouden worden. Dan moeten ze in Den Haag gaan nadenken over hoe we onze paspoorten aan moeten passen zodat deze mensen met hun pasfoto op een adequate manier erin passen. Dit is handelen volgens het sociaal model. We passen het gezamenlijke, bijvoorbeeld het paspoort, zo aan zodat iedereen er mee uit de voeten kan. Er zijn echter zoveel andere aspecten van het leven waarin dit niet of nog te weinig gebeurt. Neem bijvoorbeeld het openbaar vervoer. We noemen het openbaar, dus voor iedereen. Het wordt ook grotendeels met publieke middelen bekostigd. Maar kan iedereen op een comfortabele, soepele, gelijkwaardige manier mee? Ondanks alle moeite die wordt gedaan is het nog lang niet zo openbaar als het hoort te zijn en nog niet aangepast aan een grote groep potentiële reizigers.

Toch verplaats ik mij met het openbaar vervoer. Bij de meeste treinreizen word ik geconfronteerd met ontoegankelijkheid, door barrières in stations of barrières in treinen. Ik zou heel eenvoudig kunnen denken: ik ga maar niet met de trein, dat zou me veel geouwehoer schelen: ik ben andere mensen dan niet tot last, ik word er niet mee geconfronteerd dat ik niet aan de norm van de gezonde loper voldoe en het bespaart me de nodige (in)spanningen. Veel mensen met beperkingen zullen dit waarschijnlijk ook denken en in tegenstelling tot mij wel van het OV afzien. Want ik kom ze onderweg nauwelijks tegen. Hoe vaak komen jullie mensen met rolstoelen, rollators en dergelijke tegen in de trein? Een deel van deze mensen zal thuis blijven, letterlijk of figuurlijk achter de geraniums. Thuis opgesloten, vanwege ontoegankelijkheid. Een ander deel verplaatst zich op alternatieve manieren, bijvoorbeeld met taxivoorzieningen, waarbij ze vaak maar een beperkt budget en daarmee beperkt aantal kilometers per jaar tot hun beschikking hebben (standaard kilometerbudget van Valys, de landelijk opererende taxivoorziening, in 2015 is 600 km per jaar, wat minder dan twee keer heen en terug van Enschede naar Amsterdam is).

Maar in Nederland hebben we toch alles goed geregeld?

Dat spook moet weggejaagd worden, de wereld uit geholpen. In Nederland hebben we toch alles goed geregeld? Nee!

Welke oplossing is er in Nederland bedacht?

Zoals velen weten, is Nederland ontzettend goed in het verzinnen van oplossingen voor problemen die nog helemaal niet bestaan. Regelingen, procedures, scenario’s, stappenplannen in overvloed, systemen van jewelste. Nederland heeft een organisatievermogen waar je U tegen mag zeggen. En ook voor het reizen met de trein met een beperking is iets bedacht. Dit ‘iets’ heet ook wel AVG: Assistentie Verlening Gehandicapten. Een systeem waarbij je sinds 5 januari 2015 voor je reis een uur van tevoren assistentie moet aanvragen (voorheen was het 3 uur) en dan geassisteerd wordt. Hiervoor is een nummer 24 uur per dag bereikbaar. Assistentie wordt verleend op 101 stations. Nederland heeft in totaal meer dan 400 stations. Niet op alle stations van de eerste tot laatste trein. De service wordt verleend door NS-personeel, speciaal personeel wel te verstaan. En bij de kleinere stations door taxichauffeurs, die hiervoor speciaal naar het station moeten komen. Voor de AVG moet je een kwartier voor de reis op de afgesproken plek gereed staan. Voor een eventuele overstap wordt ook een kwartier gerekend. Duurt de overstap korter, wat in Nederland doorgaans het geval is, dan betekent dit verder reizen met de daarop volgende trein.

Dit systeem loopt lang niet altijd gesmeerd, met aangemelde assistentie die niet verschijnt. Zoals gezegd is speciaal personeel voor de assistentie verantwoordelijk en mag een eventueel aanwezige conducteur de bediening van de brug (het karretje dat uitgeklapt een helling vormt tussen perron en trein) niet overnemen. En hoe vaak weten we als passagiers een uur van tevoren met welke trein we reizen? Hoe vaak is dat niet afhankelijk van de gezelligheid van een feestje, de doortastendheid van een voorzitter van een vergadering of gewoon het weer? Dit systeem zou meer vrijheid moeten bieden. Het ontneemt echter eerder vrijheid. Ooit heb ik besloten om dit systeem zo consequent mogelijk niet te gebruiken.

Ondertussen zijn we nog geen meter onderweg.

Hoe reis ik met de trein?

Ondanks dat mijn benen steeds meer hun eigen gang gaan, ben ik met genoeg steun nog wel in staat erop te staan en de trein in te klimmen. Als ik dat doe, blijft natuurlijk mijn rolstoel op het perron staan. Dat is verre van ideaal en vraagt om een oplossing. Zie daar: de medemens. De medemens, die zich in allerlei verschillende gedaantes kan voordoen, maar toch vaak over een helpende hand beschikt, of eigenlijk twee helpende handen, en mijn rolstoel de trein in tilt.

Conducteurs en hun reacties

Geregeld kom ik in aanraking met conducteurs die vragen of ik het assistentiesysteem van de NS niet ken. Ik begrijp de vraag. Enerzijds vind ik dat ze doen alsof ik van gisteren ben. Natuurlijk ken ik hun systeem. Anderzijds is het vaak goed bedoeld en zijn ze erop uit de reis te vergemakkelijken. En nog weer anderzijds is het een patroon, een tunnelvisie: dit hebben wij voor jou bedacht en daar moet, met de nadruk op moet, jij dan gebruik van maken. Er is geen conducteur die van een jonge moeder met kinderwagen verwacht dat die assistentie aanmeldt. Zonder enig probleem wordt de kinderwagen de trein in getild en er ook weer uit. Waarschijnlijk zal ze het hele assistentiesysteem niet eens kennen. Maar voor mensen met beperkingen, of nauwkeuriger mensen die niet zelfstandig in staat zijn in Nederlandse treinen in- en uit te stappen, maakt een deel van de conducteurs graag een uitzondering. Deze passagiers vormen voor hen een afzonderlijke categorie, waarop je een vooringenomen behandeling kunt toepassen.

Mijn antwoord op de vraag of ik hun assistentiesysteem niet ken, wordt door hen helaas zelden echt begrepen. Ik wil reizen zoals ieder ander: in- en uitstappen waar en wanneer ik dat wil, op voorwaarde dat ik ervoor betaal. Dit is het principe van openbaar vervoer. Zo veel gevraagd is dit niet, maar die vrijheid kan ik bij deze vooringenomen conducteurs op mijn buik schrijven. Dit geldt lang niet voor alle conducteurs. Er zijn ook conducteurs die zo behulpzaam zijn dat ze je nog bijna koffie komen brengen. De onzekerheid over welke conducteur je tegenkomt in de trein is soms lastig. Niet lang geleden kwam ik in aanraking met een conductrice op het traject van Amsterdam Zuid naar Utrecht Centraal met wie ik de hele reis heb kunnen discussiëren over dat het volgens haar ongeoorloofd was dat ik zonder assistentie meereed. De volgende keer zou ze mij letterlijk gaan weren uit de trein. Voor de volgende conducteur die zo’n discussie aan wil gaan heb ik een opdracht bedacht om dit af te kappen: verbied de hele trein, alle passagiers afzonderlijk, om mij te helpen. Zodra dat gelukt is, is de trein een onmenselijk vervoersmiddel geworden en zal ik me er niet meer in vertonen.

Laten we dan ook nog kort even een uitstapje maken naar het buitenland.

Voor of in de trein?

Over het algemeen vraag ik hulp aan medepassagiers en niet aan personeel van vervoerders. Hierover is hierboven al het één en ander aan de orde gekomen. Ik wil daaraan onderstaand voorval in Parijs toevoegen. Ik reisde met de Thalys terug naar Amsterdam. Ik had voor die reis wel assistentie geregeld, maar was te laat op Gare du Nord. Tien minuten voor vertrek werd geen assistentie meer verleend. Ok, dacht ik, dan doe ik het op mijn manier. Ik reed het perron op, vroeg aan iemand met een Thalys-uniform die het voorkomen had van een hoofdperronopzichter, geen idee wat de exacte functieomschrijving van deze man is, iemand met een leidinggevende functie, waar zich wagon 11 bevond. Antwoord: een heel eind verderop en hij kon niet met me mee.

Ik rol alleen. Bij iedere treindeur staat een … tja, portier? In Amsterdam staan ze ook altijd. Waar ik naar binnen moest, stond een wat oudere mevrouw, die ik in mijn beste Frans vraag: Pardon madame, pourriez-vous m’aider? Ze schoot direct finaal in de stress. Ik zag haar iets denken in de trant van: ik sta hier alleen maar om te staan en mensen bonjour te zeggen. Ze was vervolgens niet meer in staat om te luisteren. Terwijl ik haar toch probeerde uit te leggen dat ik zelf de trein wel in zou komen en ik alleen iemand nodig had om de rolstoel te tillen, rende ze weg. Ik stond daar vervolgens alleen bij de deur.

Niet lang daarna hoor ik het signaal als waarschuwing voor sluitende deuren. Ik dacht: maar dat was niet de bedoeling, ik wilde in de trein. Ik weet dat de deuren van de Thalys sensoren hebben net zoals liften die hebben, dus hield ik mijn hand daarvoor. Terwijl ik dat doe, zie ik haar terug komen vergezeld van meneer de hoofdperronopzichter, die tien minuten daarvoor nog niet in staat was die hele afstand af te leggen. In plaats van mij de kleine hulp te bieden, waar ik eigenlijk om vroeg, schopt hij mijn koffer, die ik voor me had neergezet, van de ene naar de andere kant van het perron. Erg tactisch. Hij keek me aan met een blik van als je nu niet snel je hand voor die sensor weg haalt, hak ik die ook nog af. Meelopen om een helpende hand te bieden is te veel gevraagd, maar een koffer over het perron schoppen is een kleine moeite, daar draait hij zijn voet niet voor om. Dit zijn momenten waarop ik me afvraag of ik niet beter voor de trein kan springen in plaats van erin.

Een uur later vertrok de laatste Thalys van die dag van Parijs naar Amsterdam en ik kon gelukkig mee. De assistentie werd verleend door de hoofdperronopzichter. Ik gaf hem een hand en zei ‘merci beaucoup’ met een p. Thalys hoort voor deze serviceverlening een koude douche te ontvangen. Ik heb hier verder op geen enkele manier werk van gemaakt. Ruim twee jaar later is dit de eerste keer dat ik dit verhaal als anekdote op papier zet. Heel veel van dit soort ervaringen van passagiers verdwijnen in de vergetelheid, mensen met beperkingen die met ontoegankelijkheid geconfronteerd worden, hebben weinig zin om die te herbeleven in een onbegripvolle klachtenprocedure die vervolgens weinig verbetering brengt. Wanneer we bij een willekeurige reiziger met een beperking over klachten zouden navragen, zou deze dit hoogstwaarschijnlijk bevestigen om vervolgens enkele voorbeelden op te sommen. En vervoerders maar denken: we doen alles perfect, we krijgen nooit klachten. Inderdaad tussen de regels door klinkt cynisme. Dit is echter puur gericht tegen het systeem en mensen in uniformen. Het systeem sluit mensen buiten en mensen die een uniform aantrekken, lopen het risico dat ze een deel van hun individuele menselijkheid opzij zetten, met ontbrekende behulpzaamheid als één van de gevolgen.

En hoe reageren medereizigers?

Met medereizigers ondervind ik zulke problemen nooit. Er zitten af en toe eigenaardige tussen, maar ze helpen altijd.

Tijdens mijn treinreizen, in mijn vrije en minder vrije tijd, verricht ik een persoonlijk empirisch onderzoek naar de hulpvaardigheid van medetreinreizigers. Hoe ga ik te werk? Ik ga totaal hulpeloos op het perron om me heen staan kijken en wacht af tot mensen mij hun hulp aanbieden. En wat blijkt? Spontaan hulp aanbieden vinden Nederlanders redelijk moeilijk. Geregeld wordt mij hulp aangeboden door buitenlanders en zogenaamde allochtonen. Maar de pure Nederlandse Nederlanders zijn die dan niet behulpzaam? Uiteraard wel, heel behulpzaam, maar op één voorwaarde: je moet ze eerst vragen. Dat is heel typisch voor Nederland. Hier zijn verschillende redenen voor aan te dragen. Één daarvan is het bijna heilige streven naar zelfstandigheid. Bij het aanbieden van hulp zeg je immers impliciet ‘jij bent niet zelfstandig’, wat als belediging kan worden opgevat. En we hebben natuurlijk angst om anderen te beledigen. Ik betrap mijzelf daar ook weleens op. Het is ook van belang dat degene die hulp aangeboden krijgt hiermee om weet te gaan en passend hierop reageert. Daarnaast is er het ver doorgeschoten liberalisme en individualisme, oftewel het val me vooral niet lastig, laat me met rust en bemoei je met je eigen zaken. Om mensen niet lastig te vallen met het aanbieden van hulp kijken we liever de kat uit de boom en wachten we af tot de ander vraagt.

Positieve geluiden

Het reizen met het OV in een afhankelijke positie is niet allemaal kommer en kwel! Dan had ik überhaupt niet hoeven beginnen te schrijven.

De beste ervaring heb ik persoonlijk vooralsnog in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Niks met assistentie aanmelden daar (officieel is er wel een aanmelding voor assistentie). Ze hoeven je maar te zien: do you need a hand, sir? Ik baseer dit niet op één reisje, maar op tegen de 30 verschillende ritten met treinen door beide landen, altijd soepel zonder enig probleem, althans wat toegankelijkheid betreft en het comfortabel en gelijkwaardig reizen. Je kan van alles zeggen over de wel- of minder gemeende over-politeness van de Britten. Maar ze helpen en staan voor je klaar, dat is één ding dat zeker is. Personeel en medepassagiers. En dat is erg prettig als je weet dat je je in een afhankelijke positie bevindt en sowieso op hulp bent aangewezen.

Bij het bespreken van het bieden van hulp wil ik kort even van de gelegenheid gebruik maken om BlueAssist (zie filmpje hieronder) aan te stippen. Niet iedereen is, om welke reden dan ook, in staat om helder mondeling te communiceren, zoals mensen met verstandelijke beperkingen, mensen die het Nederlands niet machtig genoeg zijn of mensen met beginnende dementie bijvoorbeeld. Toch willen we onderweg allemaal wel eens iets meer of minder cruciaals weten. BlueAssist komt deze mensen te hulp. Met een smartphone of papieren kaartje kunnen mensen hun hulpvraag kwijt bij directe omstanders. BlueAssist is een in Vlaanderen bedacht hulpmiddel en daar al ver uitgerold. Nu wordt er naar gestreefd dat iedereen in Vlaanderen het concept kent. In Nederland is onlangs een pilot gestart in Ede en Barneveld. Na een tijd moet het hier net zo bekend zijn als in Vlaanderen, zodat BlueAssist in heel het land in het openbaar vervoer door mensen met beperkingen in communicatieve vaardigheden voor het uiten van hun hulpvraag kan worden ingezet.

Hier een filmpje over hoe BlueAssist werkt.

Tot slot

In Nederland hebben we inmiddels onze participatiemaatschappij. Participeren klinkt in principe sympathiek. Maar wat blijkt? In de kern komt het er neer op dat we alsmaar meer op onszelf en onze directe omgeving worden teruggeworpen. Iedereen is steeds meer verantwoordelijk voor zichzelf. We hechten in onze huidige samenleving veel waarde aan zelfbeschikking en zelfstandigheid. Maar wat als je je geconfronteerd ziet met afhankelijkheid? Anderen leggen ons aan het begin van ons leven in de wieg en aan het eind van ons leven in de kist. Waarom hebben we tussen dit begin en eind autonomie op zo’n hoog voetstuk geplaatst en dit tot centraal uitgangpunt in het maatschappelijk leven gemaakt?

Hoe zit het met een Nederlandse inclusieve samenleving, een samenleving waarin we oog hebben voor de ander en deze bijstaan waar nodig en de voorwaarden scheppen om iedereen welkom te heten en interdependentie vorm wordt gegeven?

Streven naar inclusie vraagt iets van ons. Wanneer ik onderweg ben, let ik op of iemand mijn hulp kan gebruiken. Ik hoop omgekeerd ook alertheid van anderen te kunnen verwachten. In de hoop dat ieder die dit leest, vervoerder en reiziger, zich hierin kan vinden, vraag ik:

Hebben we vandaag al iemand spontaan een helpende hand kunnen bieden?

Opmerking toevoegen

Over de schrijver

Christiaan Zandstra

Een vraag? Een opmerking?

Uw e-mail adres

Uw bericht

Type deze code over
captcha