Omgevingspsycholoog

Hoe beïnvloedt de omgeving ons dagelijks leven?

De fysieke omgeving beïnvloedt ons gedrag en de psyche van mensen. Maar hoe merk je dit nou in het dagelijks leven? We lopen een dag mee met Marieke.

Zoals je in de blogs op OmgevingsPsycholoog.nl kunt lezen, oefent de omgeving veel invloed uit op het gedrag en de psyche van mensen. Maar hoe merk je dit nou in het dagelijks leven? Ik was hier benieuwd naar en heb een dag bijgehouden hoe de omgeving mijn dagelijkse activiteiten beïnvloedt.

Donderdagochtend, de wekker gaat…

Het is vroeg en koud. Ik heb helemaal geen zin om op te staan dus ik draai me nog een keer om. Loesje springt miauwend op bed en negeert het feit dat ik eigenlijk nog helemaal niet wakker wil worden. Haar voerbakje is leeg en ze wil eten, nu.

Het is heel leuk hoor om een kat in huis te hebben, maar je moet wel een deel van je privacy inleveren. Zoals je kunt lezen in een blog van Joren over privacy  is selectieve controle een belangrijk onderdeel van privacy. Dit is de mate waarin je ervaart zelf de keuze te hebben tussen afzondering of de aanwezigheid van anderen om je heen. Door Loesje ervaar ik thuis bijna geen selectieve controle meer. Ze volgt me overal en wil alles wat ik doe in de gaten houden. Ze zit bij me op de bank, kijkt toe tijdens het koken, ligt in de wasbak als ik aan het tandenpoetsen ben en komt nog net niet naast me staan onder de douche. Ik heb geen keus: als ik de deur dicht doe dan miauwt en krabt ze net zo lang aan de deur tot ik toegeef en haar erbij laat. Maar haar opdringerigheid zorgt er wel voor dat ik ’s ochtends op tijd op sta om de trein te kunnen halen. Dus ik sleep mezelf uit bed, geef de kat en mezelf wat te eten en maak me klaar om te gaan.

In het openbaar vervoer (1)

Het is ruim een uur reizen van mijn voordeur naar mijn bureau op werk. Eerst met de trein en dan met de bus. Omdat ik voor de spits vertrek is het in het begin nog rustig in de trein. Ik ga op mijn ‘eigen’ plekje zitten in de middelste coupé. Ik weet inmiddels precies waar ik moet zitten om zo snel mogelijk van de trein naar de bushalte te komen, voor als de trein weer eens vertraging oploopt en ik moet rennen om de aansluiting te halen.

Sinds een aantal maanden reis ik bijna dagelijks met het openbaar vervoer. Onderweg zie ik vaak dat reizigers proberen om contact met anderen zoveel mogelijk uit de weg te gaan. Volgens de onderzoekers Mitrea en Kyamakya (2013) gebeurt dit omdat reizen met het openbaar vervoer geen doel is, maar een middel om bij een doel (de bestemming) te komen. Reizigers proberen het traject van A naar B zo snel en zo prettig mogelijk af te leggen. Onderweg doen zich echter vaak situaties voor die dit in de weg staan, zoals lange overstaptijden en vertragingen. Ook de aanwezigheid van andere mensen op minimale sociale afstand kan als onprettig worden ervaren (Mitrea & Kyamakya, 2013). Zoals Joren beschreef in een eerdere blog heeft iedereen een persoonlijke ruimte, een territorium om je heen dat je altijd bij je draagt. Het gewenste resultaat van persoonlijke ruimte is voor een individu dat een ander zich op een afstand bevindt die prettig aanvoelt. Een tweezits in een trein is niet zo breed, waardoor andere reizigers al gauw te dichtbij zitten.

Reizigers die contact met anderen willen vermijden kunnen verschillende strategieën inzetten om mensen uit hun persoonlijke ruimte te houden. Een mogelijkheid is het plaatsen van barrières om het territorium (de tweezits) minder toegankelijk te maken. Dit kun je bijvoorbeeld doen door je tas of jas op de stoel naast je neer te leggen. Sociologe Esther Kim voerde over een periode van twee jaar meerdere observaties en interviews uit in Amerikaanse bussen om het sociale (en minder sociale) gedrag van mensen in het openbaar vervoer in kaart te brengen. Zij zag ook dat veel mensen hun tassen en jassen inzetten als barrière. In gesprekken met reizigers kwamen nog meer strategieën naar voren die ingezet kunnen worden om ervoor te zorgen dat er niemand naast je komt zitten:

  • Vermijd oogcontact met anderen.
  • Leun schuin tegen het raam en strek je benen voor je uit om zoveel mogelijk plaats in te nemen.
  • Ga op de stoel aan het gangpad zitten en luister muziek op je koptelefoon zodat je kunt doen alsof je mensen niet hoort vragen of de stoel naast je vrij is.
  • Leg meerdere spullen op de stoel naast je zodat het lang duurt voor de stoel vrij is en mensen liever doorlopen naar een andere plek dan op jou te wachten.
  • Doe alsof je slaapt.
  • Staar met een lege blik uit het raam zodat mensen denken dat je raar bent.
  • Als bovenstaande niet werkt en er toch iemand naast je dreigt te gaan zitten, lieg dan dat de stoel al bezet is.

Ik moet bekennen dat ik zelf ook gebruik maak van een aantal van deze tactieken. Veel reizigers om mij heen doen met mij mee. Naarmate het drukker wordt in de trein is het toch weer spannend: moet ik bij het volgende station de stoel naast mij afstaan aan een medereiziger? Vanochtend niet. Het barricaderen en negeren werpt zijn vruchten af: ik kan de reis naar mijn werk afleggen zonder dat iemand mijn territorium binnendringt.

Op het werk

Vorig jaar heb ik een blog geschreven over het effect van natuur op mensen. Hierin leg ik uit dat natuur een restaurerende werking heeft. Dit betekent dat de natuur de fysieke en psychologische vermogens van mensen kan herstellen. Natuur heeft een stressverlagend vermogen, kan zorgen voor een lagere bloeddruk en heeft een positieve invloed op iemands stemming en concentratievermogen (Gifford, 2007). De aanwezigheid van natuur op de werkvloer kan daardoor positief van invloed zijn op het personeel en hun werkprestaties. Zo laat onderzoek van Van der Berg en Winsum-Westra (2006) zien dat door de restaurerende werking van natuur in een ziekenhuis de werksfeer prettiger is en medewerkers minder fouten maken.

Mijn uitzicht op de luchtTwee maanden geleden ben ik van werkplek verhuisd. Van een kantoortje met uitzicht op groene boomtoppen naar een kamer met uitzicht op een muur. Als ik mijn stoel naar voren schuif kan ik nog net een stukje van de lucht zien (zie afbeelding hiernaast). Mijn collega en ik hebben geen plantjes of natuurposters op onze kamer, dus dat hoekje lucht is op dit moment het enige natuurlijke element op mijn werkplek. Helaas heb ik daar vandaag weinig aan. Het is buiten zo grijs dat er nauwelijks onderscheid is te maken tussen het beton en de lucht. Of de verandering van uitzicht een negatieve uitwerking heeft op mijn psychologische en fysiologische gesteldheid weet ik nog niet. Ik merk wel dat ik wat meer stress heb op mijn werk dan een tijdje geleden, maar dat zou ook gewoon te maken kunnen hebben met een naderende deadline. Voor de zekerheid toch maar even naar een tuincentrum dit weekend?

Mijn werkdag zit erop. Ik pak mijn spullen in en breng mijn theekopje naar de keuken. Op het keukenkastje hangt een briefje met de mededeling: Houd de keuken schoon! Laat geen restjes in de kopjes staan en zet je vieze vaat in de vaatwasser. Maar ik moet haasten om de bus te halen, dus ik zet mijn kopje neer op het aanrecht. Naast nog een boel andere gebruikte kopjes en borden.

Onderweg naar de bushalte vraag ik me af waarom ik mijn kopje niet gewoon in de vaatwasser heb gezet. Zoveel tijd kost dat toch ook weer niet? Ik heb me laten beïnvloeden door sociaal bewijs uit de omgeving (Cialdini, 2007). We kijken naar andere mensen om erachter te komen wat wenselijk gedrag is. Zijn er geen mensen in de buurt, dan zoeken we naar sporen van gedrag. Zoals de vieze vaat op het aanrecht. (Voor meer informatie over sociaal bewijs, lees de blog “10 voorbeelden van sociaal bewijs in de fysieke omgeving”). Het briefje geeft aan dat het gewenst is om vieze vaat in de vaatwasser neer te zetten. De kopjes en borden op het aanrecht laten echter iets anders zien: het is blijkbaar niet erg om tegen de mededeling in te gaan en je afwas te laten staan. En als anderen het doen dan mag ik het ook. Toch?

In het openbaar vervoer (2)

Ik heb me er bij neergelegd dat het op de terugweg meestal druk is in de trein waardoor ik wel naast iemand moet zitten. Of erger nog, soms de hele reis moet staan. Gelukkig lukt het me vandaag een zitplek te vinden. Ik heb de keuze uit een plaats naast een jongen die met zijn koptelefoon op uit het raam staart, of naast een man waarvan ik op een afstandje al kan ruiken dat hij gisteravond lekker heeft staan frituren. In de bijkeuken, waar hij ook zijn jas heeft hangen. Ik kies voor het eerste. De jongen kan niet helemaal kan verbergen dat hij de stoel naast zich liever voor zijn jas en tas had willen bewaren. Nu moet hij deze in het bagagerek plaatsen, waar hij ruim de tijd voor neemt. De jongen maakt duidelijk gebruik van de tactieken die genoemd worden in het onderzoek van Kim. Maar ik wacht geduldig tot de stoel vrij is, ik heb alle tijd. In ieder geval tot mijn aankomststation en zo lang zal het wel niet duren.

Op de terugreis liggen mijn standaarden blijkbaar lager dan op de heenreis. Vanochtend was mijn doel de reis door te komen zonder dat er iemand naast mij zou gaan zitten. Nu heb ik tijdens het instappen geprobeerd mijn medereizigers vooruit te snellen voor een plaats naast een ander. Dit zag Kim tijdens haar onderzoek in Amerikaanse bussen ook gebeuren. Zodra duidelijk werd dat het druk zou zijn in de bus, veranderde het doel van de reizigers van de hele reis alleen zitten naar naast een ‘normaal’ persoon zitten. Met ‘normaal’ doelden de reizigers in Kims onderzoek op mensen die er niet al te raar uitzien, die je niet van een afstand al ruikt en die niet de hele reis tegen je aan zitten te praten.

Ook al is het gelukt om een zitplek te vinden naast iemand die ‘normaal’ is, dan nog zit deze persoon erg dichtbij. Dat kan wat ongemakkelijk aanvoelen. Door je persoonlijke ruimte kleiner te maken kun je ervoor zorgen dat de beperkte afstand tussen jou en je medereiziger geen probleem meer vormt. Je kunt je persoonlijke ruimte verkleinen door bijvoorbeeld naar fijne muziek te luisteren (Tajadura-Jiménez et al., 2011) of te lezen. Dit zie je dan ook vaak gebeuren in de trein: mensen kruipen weg in hun eigen wereldje en lezen een boek, de krant, luisteren muziek of zijn bezig op hun smartphone.

In de supermarkt

Op de route van het station naar huis kom ik langs de supermarkt. Ik loop nog even snel naar binnen voor een soepje en stokbrood. Vandaag houden we het simpel met eten. Ik word verwelkomd door de hoge stemmetjes van een zoetsappig kinderkoortje dat ‘stille nacht, heilige nacht’ zingt. Verspreid door de winkel hangen dennentakken met kerstballen en lichtjes. Op weg naar de soep kom ik langs verschillende stands met kerstkransjes, kerstkoekjes en kerstchocolaatjes. Bij de broodafdeling staat een schaaltje met stukjes feeststol om te proeven. Smaakt goed! Ik pak een stokbrood en loop naar de kassa. Even later sta ik weer buiten met de soep en het stokbrood, maar ook met een zak kerstkransjes en een pak chocolademelk. Wat gaat hier mis?

Onderzoek laat zien dat verschillende omgevingsfactoren in winkels (in-store cures), zoals kleuren, geuren, muziek en verlichting invloed hebben op het gedrag van consumenten (Matilla & Wirtz, 2001). Het juiste gebruik van deze in-store cues zorgt ervoor dat mensen een winkelomgeving als prettig ervaren en daardoor eerder geneigd zijn tot impulsaankopen. Het combineren van meerdere bij elkaar passende in-store cues versterkt dit effect (Matilla & Wirtz, 2001; Spangenberg, Grohmann & Sprott, 2005). Supermarkten maken maar wat graag gebruik van deze inzichten en passen allerlei tactieken toe om consumenten tot het gewenste aankoopgedrag te bewegen. Ook de supermarkt die ik bezoek. De liedjes, lekkernijen en aankleding in de winkel creëren een gezellige sfeer. Een sfeer die associaties oproept met kerst en ervoor heeft gezorgd dat ik meer heb gekocht dan eigenlijk de bedoeling was.

Weer thuis

Ik zit aan mijn bureau met Loesje op schoot. Ook bij het schrijven van blogs houdt ze in de gaten wat ik doe. Terugkijkend op de dag kom ik tot de conclusie dat de omgeving op verschillende manieren invloed uitoefent op veel van mijn dagelijkse activiteiten. Zo kunnen natuurlijke omgevingselementen een positieve uitwerking hebben op mijn gezondheid en werkprestatie. Andere omgevingsfactoren hebben juist een meer negatief effect en zorgen er bijvoorbeeld voor dat ik mij minder sociaal gedraag of impulsaankopen doe waardoor ik meer geld uitgeef dan nodig. Ik moet wel toegeven dat ik het op dit moment eigenlijk helemaal niet zo erg vind dat ik meer boodschappen mee naar huis heb genomen dan gepland. Hoe kun je nou beter een blog schrijven dan onder het genot van een grote mok warme chocolademelk met een lekker kerstkransje?

1 opmerking

Over de schrijver

Marieke Vroom

Ik ben Marieke Vroom en ik studeer Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente. Ik ben vooral geïnteresseerd in sociale psychologie en de invloed die de omgeving op mensen heeft. Tijdens mijn studie ben ik al een beetje in aanraking gekomen met omgevingspsychologie, maar ik vind het leuk om er meer mee bezig te zijn. Vandaar dat ik blogs schrijf voor OmgevingsPsycholoog.nl.

Als je nog vragen of leuke ideeën voor mij hebt hoor ik dat graag!

Een vraag? Een opmerking?

Uw e-mail adres

Uw bericht

Type deze code over
captcha

Delen met elkaar

Kan de inhoud interessant zijn voor anderen?