“Participatie werkt niet want iedereen wil toch wat anders!”
“Zoveel mensen zoveel meningen.”
“Burgers weten toch niet wat ze willen!”

Stel de juiste vragen

Deze uitspraken hebben één ding gemeen: de onderliggende vraag hoe je uit de chaos van meningen zinnige aanwijzingen voor je project haalt? De kunst bij participatie zit hem in het stellen van de juiste vragen.

Even een gedachte-experiment om uit te leggen wat ik bedoel.

Cola proeven

Ik neem even aan dat je, net als ik, geen fijnproever bent op het gebied van cola. Stel dat ik jou twee glazen met cola geef. Eén gevuld met Coca cola en één met Pepsi cola. Allebei komen ze uit een net geopende fles die een dag in dezelfde koelkast heeft gestaan. Vervolgens ga ik jou vragen stellen over bijvoorbeeld de intensiteit van de bubbeltjes, de zuurgraad en de hoeveelheid suiker.

Mensen proberen altijd antwoord te geven

Waarschijnlijk heb je nog nooit stil gestaan bij deze vragen toen je een cola dronk. Ik ook niet. Daarom kunnen we geen goed antwoord op deze vraag geven. Toch proberen het wel! Niet omdat we het onderzoek willen foppen, maar juist omdat we het willen helpen (dit heet het ‘good subject effect‘). En we willen ook niet toegeven dat we er eigenlijk geen verstand van hebben.

Verkeerde vragen zorgen voor chaos

Dit heeft als gevolg dat de onderzoeker antwoorden terug krijgt waar hij geen rode draad in kan vinden. Alles wijst een andere kant op. Waarom? Omdat hij de verkeerde vragen stelde.

Stel vragen die mensen kunnen beantwoorden

Als je onderzoek doet met vragen, moet je vragen stellen die mensen moeten kunnen beantwoorden. Klinkt logisch. Maar dit gebeurt vaak niet. Omdat we er vaak van uitgaan dat andere mensen net als wij denken en handelen, is het lastig om je te verplaatsen in iemand die niet hele dagen met proeven bezig is (dit heet het ‘false-consensus effect‘).

Een vraag die we wel hadden kunnen beantwoorden over cola (afgezien van de fijnproevers onder ons) is welke cola vinden wij lekkerder?

Op welke vragen wil je antwoord hebben?

Bij participatie projecten is het daarom van enorm belang om vooraf bedenken welke vragen je wel en welke vragen je niet wilt stellen. Wat voor ontwerpers interessant is, is wat voor gedrag mensen in een bepaalde omgeving vertonen. Welke functies in een ruimte worden gebruikt? In welke ruimte mensen veel zijn? Welke sfeer of thema moet een ruimte krijgen?

Vragen naar gedrag

Dat hangt af van wat je wilt bereiken. In de meeste participatieprojecten zoals ik deze heb mee gemaakt, is het doel input op halen bij bewoners om het ontwerp te verbeteren. In dat geval behoudt de ontwerper (bijvoorbeeld de woningcorporatie, de gemeente of een aannemer) de regie. In zo een geval zou ik geen vragen stellen die erg detaillistisch zijn. Bijvoorbeeld over welke kleur de muur moet krijgen. Ik zou dan meer vragen naar hoe mensen een omgeving gebruiken.

Vragen naar details

Als het doel is dat de bewoners of medewerkers meer regie krijgen over hun directe omgeving, dan zou ik juist wel vragen naar detaillistische dingen als kleur, vorm en afstand. Door mensen hierover te laten mee beslissen, krijgen ze meer het gevoel dat de omgeving om hen heen ook echt van hun is.

Probeer er achter te komen waarom mensen iets zeggen

Soms zijn discussies van kleur onvermijdelijk (zelfs als je de vraag niet hebt gesteld). Probeer er in zo een geval achter te komen waarom mensen een bepaalde kleur willen (rust? Herinnering? Speelsheid?)

Door goed te luisteren naar de onderliggende behoeftes van mensen, kun je ontwerp maken dat door veel mensen wordt gewaardeerd. Behoeftes zijn ook acceptabeler voor de betalende klant dan de dingen die gebruikers ‘willen’ (Sommer, 1983).  Wil je meer lezen weten? Lees dan ook eens hoe vraag je gebruikers van gebouwen om input.

Tips voor goede vragen bij participatieprojecten? Deel ze hieronder!

1 reactie



Draag bij aan de kennisuitwisseling: laat een reactie achter.