Omgevingspsycholoog

Wat klopt er van de broken window theory?

Als je een gebroken raam niet repareert, zullen al snel de volgende ramen sneuvelen. Hierdoor kan een ketting van kleine naar grote criminaliteit ontstaan. De broken window theory in een notendop. Maar klopt dit ook? En wat kun je er mee als ontwerper?

Als je een gebroken raam niet repareert, zullen al snel de volgende ramen sneuvelen. Hierdoor kan een ketting van kleine naar grote criminaliteit ontstaan. Broken window theory (1982) in een notendop. Dertig jaar onderzoek verder lijkt het er op dat het eerste gedeelte van de stelling klopt, het tweede gedeelte niet. Hieronder lees je wat je wel en niet kunt met de broken window theory.

Wat is de broken window theory ook al weer?

De broken window theory (Wilson & Kelling, 1982) stelt dat tekenen van rotzooi ervoor zorgen dat mensen (ander) klein crimineel gedrag veroorzaken. Mensen zijn sociale dieren en om er achter te komen wat gewenst gedrag is in een bepaalde omgeving, kijken we naar het gedrag van anderen (bijv. Cialdini, 2003). Als anderen afwezig zijn, kijken we naar cues in de omgeving die ons een indruk geven van wat voor gedrag getolereerd is (wat is de sociale norm?). Als er dus een gebroken raam is en niemand doet er wat aan, dan is dat blijkbaar getolereerd in die context en ‘mag’ je dus een ander raam ingooien.

Wat voor bewijs is er voor de broken window theory?

beeld uit onderzoek van Kezier e.a. (2008)Keizer, Lindenberg & Steg (2008) bevestigden de broken window theory met een fascinerende studie met ‘real-life’ experimenten. Zo zorgde graffiti op een muur waar duidelijk stond dat graffiti verboden was ervoor dat mensen meer afval op de grond gooiden (t.o.v. geen graffiti op de muur). Mensen negeerden vaker een geen-doorgang verbod als er fietsen tegen een hek werden geplaatst waar dit niet mocht (t.o.v. geen fietsen tegen het hek). Misschien wel het meest schokkend; als er rondom een brievenbus wat rommel lag (t.o.v. geen rommel), stalen 2x zoveel mensen (13% vs. 27%) een enveloppe met een € 5,- biljet die uit de brievenbus stak.

Broken window theory in de praktijk

New York heeft in de jaren ’90 de broken window theory ook ingezet als beleid in de strijd tegen criminaliteit (Gladwell, 2000). Kleine criminaliteit zoals graffiti, rommel op straat of vandalisme kreeg veel aandacht. Ook Bogota heeft in de jaren ’90 naar eigen zeggen succesvol gebruik gemaakt van de broken window theory. Klinkt goed; overal invoeren die broken window theory!

Geen ondersteuning uit de praktijk voor broken window theory

Wellicht niet helemaal. Hoewel de theorie erg populair (zie voetnoot 1) is, laat een review van Hartcourt & Ludwig (2006) zien dat de resultaten van projecten met de broken window theory op zijn best, gemixt zijn. Zij stellen dat er in ieder geval te weinig bewijs is om het overheidsbeleid te baseren op de simpele veronderstelling dat klein crimineel gedrag tot zware criminaliteit leidt.Volgens hun onderzoek, zijn de gevonden resultaten in New York te verklaren door een vermindering in criminaliteit door de gehele stad (voor meer details, zie Hartcourt & Ludwig (2006)). Donohue & Levitt (2001) gaan nog een stap verder; zij stellen dat de daling in criminaliteit in de jaren ’90 komt door de legalisering van abortus in de jaren ’70 en ’80. Maar hoe zit het dan met de broken window theory?

Wat hebben we dan aan de broken window theory?

Om de theorie en de resultaten op waarde te kunnen schatten, zou ik de broken window theory willen scheiden in twee onderdelen. Grofweg stelt de theorie twee dingen:

  • Het klein crimineel gedrag van mensen wordt beïnvloedt door fysieke cues van ander klein crimineel gedrag;
  • Klein crimineel gedrag zorgt ervoor dat mensen groter crimineel gedrag gaan vertonen.

Voor de eerste aanname is bewijs (bijv. Cialdini e.a., 1990; Keizer e.a., 2008), voor de tweede aanname is er geen of gemixt bewijs (bijv. Hartcourt & Ludwig, 2006). Ik ben geen criminoloog, maar ik kan mij goed voorstellen dat er meer invloeden zijn die bepalen of zware criminaliteit voorkomt. Daarbij gaf Wilson zelf aan dat het originele artikel over de broken window theory meer een speculatie was dan een theorie gebaseerd op empirisch bewijs (Hurley, 2004).

Hoe kunnen we de broken window theory gebruiken in het ontwerp van gebouwen en interieur?

pas ook de omgeving aan als je mensen wilt beinvloeden in hun gedragMaak je ontwerp zo dat het plaatsen van bordjes met een verbod niet nodig is. Op het moment dat het bordje hangt en mensen vertonen toch het gedrag wat verboden is, dan loop je het risico dat anderen dit interpreteren als ‘het mag toch’. En zeg nou zelf; hou jij je altijd aan wat op de bordjes staat? Mensen vertonen nou eenmaal klein crimineel gedrag. Als je hier dan geen dure handhaving op zet, versterk je met het ophangen van een bordje eigenlijk het gedrag wat je niet wilt bereiken.

Manieren om bordjes te voorkomen zijn bijvoorbeeld:

  • Activeer gewenst gedrag door bezoekers automatisch associaties te laten maken. Wil je dat mensen stil zijn? Maak dan gebruik van afbeeldingen of interieur uit een bibliotheek. In een bibliotheek is de norm dat mensen stil zijn. Als mensen het gevoel krijgen dat ze in een bibliotheek zijn, worden ze automatisch stiller.
  • Activeer het zelfbeeld van mensen door gebruik te maken van afbeelding van ogen of spiegels. Mensen gaan zich hierdoor meer ‘volgens de regels’ gedragen.
  • Accepteer het gedrag van mensen en ontwerp hiervoor een oplossing. Mensen plaatsen bijvoorbeeld graag hun fiets voor de ingang van een winkelcentrum. Accepteer dit en zorg ervoor dat er mogelijkheden dichtbij de ingang zijn om de fiets netjes weg te zetten.
  • Zorg dat een gebouw gemakkelijk schoon te maken en houden is voor schoonmakers. Rare hoekjes, bijvoorbeeld, kunnen afval ‘aantrekken’. Dit communiceert weer naar bezoekers dat afval maken geaccepteerd is. Benieuwd wat goed en slecht schoon te maken is? Vraag het eens aan een schoonmaker, die kan je er alles over vertellen!
  • Gebruik citroengeur om de associatie met schoonmaken te activeren. Bezoekers ruimen hierdoor vaker hun rommel op.

Voetnoten

(1)De populariteit van de theorie om deze in te voeren als policy is, denk ik, gemakkelijk te verklaren: het stelt eigenlijk dat criminaliteit simpel op te lossen is. Wie wil dat nou niet?! Bovendien adviseert de theorie om klein crimineel gedrag aan te pakken. Dat is juist datgene waar de meeste mensen zich aan ergeren. Zware criminaliteit vinden we uiteraard ook erg vervelend, maar voor de meeste mensen is dat een ‘ver van mijn bed show’.


4 opmerkingen

  • Wat wel een rol kan spelen is dat positieve plekken, bv. plantsoen waar overdag veel kinderen spelen, ’s avonds stelletjes op de bankjes zitten, … door ‘broken windows’ (hondenpoep, zwerfvuil, tekenen van vandalisme) gemeden wordt en zo vanzelf een ‘ongure’ plek wordt die een ander publiek aantrekt. Daardoor lopen nog meer mensen een blokje om en krijg je een vicieuze cirkel.

    • Hey Chantal,

      Mooi voorbeeld! Dat kan ik mij heel goed voorstellen. Heb je toevallig concreet bewijs van dit soort plaatsen? Dat is namelijk het lastige, het klinkt heel logisch (net als de broken window theory), maar wat logisch klinkt hoeft niet altijd te kloppen met de werkelijkheid.

      Groeten van Joren

  • Interessant! Ik ben op dit moment bezig met mijn afstudeeronderzoek waarin ik de invloed van verlichting en “disorder” op de gevoelens van sociale veiligheid van reizigers in het openbaar vervoer onderzoek. In mijn literatuurstudie kwam ik een onderzoek van Niels Molenaar (2010) tegen die de invloed van verlichting op de perceptie van netheid bekijkt. Misschien is dat voor jou ook interessant.

    groet,
    Laura

Over de schrijver

Joren van Dijk

In 2010 startte Joren de blog Omgevingspsycholoog.nl om de wetenschappelijke inzichten van omgevingspsychologie toegankelijker te maken voor het grote publiek. Zijn doel was (en is nog steeds) ervoor zorgen dat omgevingspsychologie een vast onderdeel wordt van bouw- en ontwerpprojecten. Dit lukt, steeds meer organisaties zien de meerwaarde van omgevingspsychologie en betrekken een omgevingspsycholoog in hun bouw- en ontwerpprojecten.

Joren’s specialisaties zijn mobiliteit, openbaar vervoer, veiligheid, licht en wachtbeleving. Daarnaast reist hij stad en land af om te vertellen over omgevingspsychologie.

Geprikkeld? Ik hoor graag van je! Je kunt me bereiken op:

joren@omgevingspsycholoog.nl
070 221 0793
06 4932 6072

Een vraag? Een opmerking?

Uw e-mail adres

Uw bericht

Type deze code over
captcha