Omgevingspsycholoog

Omgevingspsychologie kan geld besparen – een fietsenstalling als voorbeeld

Wat levert het toepassen van omgevingspsychologie op? Een voorbeeld van een fietsenstalling maakt duidelijk hoe omgevingspsychologie geld kan besparen.

“Wat levert dat nou op, het toepassen van omgevingspsychologie?” wordt mij wel eens gevraagd. Met opleveren wordt dan vaak geld bedoeld. Deze vraag is niet altijd even gemakkelijk te beantwoorden. Soms, echter, krijg je het antwoord op een presenteerblaadje aangeboden. Afgelopen week was ik weer op de Universiteit Twente (hierna UT), waar ik weer werd geconfronteerd met een goed voorbeeld van hoe omgevingspsychologie geld kan opleveren. Beter gezegd, besparen.

Op het O&O plein tussen de gebouwen Waaier en Zilverling en het EDU café staan de op de UT beroemde of beruchte (wat je wil) fietsenstallingen. De inrichting en het doel van deze omgeving lijken niet (goed) op elkaar te zijn afgestemd. De gebruikers van de omgeving gebruiken de omgeving niet zoals de UT dit wil (de fietsen worden buiten de daartoe bestemde plekken geplaatst). De uiteindelijke oplossing van de UT om het gewenste gebruik alsnog ‘af te dwingen’, kost de UT geld (het laat de fietsen verwijderen).

Ik denk dat als er bij het ontwerpen en/of inrichten van de omgeving gebruik was gemaakt van inzichten uit omgevingspsychologie, het doel en het gebruik van de omgeving beter op elkaar zouden zijn afgestemd. In dit concrete geval zou dat betekenen dat er minder fietsen foutief worden gestald, waardoor de UT minder geld had moeten uitgeven aan handhaving.

Analyse situatie

Een korte analyse van het probleem begint met onderstaande plattegrond en drie vragen.

plattegrond fietsenstalling ut

1. Wie is de gebruiker?

Dit zijn studenten, medewerkers en bezoekers van de Universiteit Twente die de gebouwen Waaier, Zilverling, het EDU café of het O&O plein bezoeken.

2. Welke activiteiten vinden er plaats?

Gebruikers parkeren hun fiets. Voetgangers lopen van en naar de fietsenstallingen, van en naar de ingangen van de gebouwen en van en naar bankjes. Bij aangenaam weer verblijven bezoekers in de omgeving, al dan niet om te lunchen. Onderhoudspersoneel maakt de omgeving schoon en repareert eventuele defecten.

3. Wat is de omgeving?

Het O&O plein, waar de fietsenstallingen staan, bevindt zich tussen een aantal gebouwen waar onderwijs wordt gegeven en onderzoek wordt gedaan. Ook zijn er in gebouw Zilverling meerdere studieverenigingen gevestigd in het EDU café. De verschillende gebouwen zijn binnen met elkaar verbonden. Naast de fietsenstallingen in op het O&O plein is er één grote ondergrondse fietsenstalling onder de Waaier (zuidelijk gebouw). De ingang hiervan is met blauw aangegeven op de plattegrond.

Er bevinden zich twee fietsenstallingen op het O&O plein.  Deze zijn omzoomd met een heg die tot ongeveer 1,50 meter rijkt. De fietsenstallingen hebben een beperkt aantal ingangen.

Wat is het probleem?

Het is de bedoeling dat fietsers hun fiets in de fietsenstalling plaatsen en niet daarbuiten. Fietsers plaatsen hun fiets echter ook op plekken waarvan de UT aangeeft dat op die plek geen fietsen mogen worden geplaatst.

Volgens de UT leveren verkeerd geplaatste fietsen overlast op en kunnen ze bij eventueel benodigde hulpverlening ernstige vertraging opleveren.

Wat zijn de oorzaken van dit probleem?

Dit probleem heeft volgens mij een aantal oorzaken. De eerste twee zitten in het aard van het beestje (in dit geval de fietser), de overige oorzaken in de inrichting van de fietsenstalling.

1. Fietsers parkeren hun fiets het liefste voor de deur

Je ziet vaak dat fietsers hun fiets het liefst zo dicht mogelijk bij de ingang van een gebouw parkeren (dit geldt overigens ook voor automobilisten, maar die doen hier niet ter zake). Dit probleem speelt volgens mij ook bij de fietsenstallingen rondom de Waaier. Vanuit de psychologie kan ik dit fenomeen verklaren met het idee dat mensen hun doel proberen te bereiken met de ‘difference reduction’ methode. Als deze methode wordt toegepast, proberen mensen met iedere ‘stap’ die ze zetten, dichter bij het gewenste einddoel te komen.

In het geval van het parkeren van de fiets, is het doel van de fietser om uiteindelijk in een gebouw te komen. De beste oplossing volgens de ‘difference reduction’ methode is de fiets zo dicht mogelijk bij de ingang te parkeren. Je kunt je immers op de fiets sneller bewegen dan te voet, dus hoe verder je jezelf met de fiets kunt transporteren, des te sneller ben je bij de ingang.

Je ziet dit effect bij veel gebouwen terug, zeker als de fietsenstalling ver van de ingang is geplaatst. De oplossing is relatief simpel: plaats een goed zichtbare en gemakkelijk bereikbare fietsenstalling in de buurt van de ingang.

Bovenstaand effect wordt nog eens versterkt als mensen haast hebben. Uit betrouwbare bron kan ik stellen dat dit bij studenten die college willen halen wel eens voorkomt ;-) In geval van haast wordt zo snel mogelijk bij de ingang komen alleen maar urgenter, waardoor de strategie ‘fiets voor de deur parkeren’ een steeds aantrekkelijker oplossing wordt.

2. Er zijn relatief weinig fietsenstallingen dicht bij de ingang van de gebouwen

Zoals de UT zelf aangeeft, is de verhouding fietsenstallingen staat tot collegezaalcapaciteit ‘minder optimaal’. Uit mijn eigen observaties kan ik dit bevestigen, er zijn relatief weinig fietsenstalling dicht bij de ingangen van de gebouwen. Dat terwijl fietsers juist graag hun fiets dicht bij de ingang plaatsen (zie oorzaak 1). Daarmee valt het te verwachten dat fietsers hun fiets buiten de fietsenstalling zullen plaatsen.

Volgens de UT is er ‘specifiek gekozen om het O&O plein zoveel als mogelijk vrij te houden opdat er ook evenementen georganiseerd kunnen worden.’

3. Fietsenkelder is geen gelijkwaardig alternatief

Omdat er op het plein relatief weinig fietsenstallingen zijn, wordt ook de fietsenstalling in de kelder aangeboden. Ik denk dat deze kelder geen redelijk alternatief is voor de fietsenstalling (en de zone daaromheen waar geen fietsen geplaatst mogen worden) op het plein.

De meest basale reden hiervoor is dat de fietsenstalling in de kelder voor veel fietsers waarschijnlijk onbekend zal zijn. De ingang van de fietsenkelder is namelijk niet goed zichtbaar omdat deze qua kleur en vormgeving wegvalt tegen de rest van de omgeving (foto volgt).

Daarbij wordt de fietsenkelder minder aangenaam ervaren dan de fietsenstalling. De hellingbaan naar beneden kan voor veel fietsers een reden zijn om geen gebruik te maken van de fietsenkelder. De kelder zelf is, vergeleken met de fietsenstalling op het plein in de buitenlucht, een betonnen bak. Uit onderzoek komt terug dat dit soort plekken doorgaans niet als prettig worden ervaren door mensen.

En dan nog de wellicht meest belangrijke reden: je weet als fietser niet wat je in de kelder aantreft. Als je je fiets op het plein plaatst op een plek waar dat niet mag, weet je direct waar je aan toe bent. Je fiets staat er en je kunt naar college. Het is onduidelijk wat je in de fietsenstalling zult aantreffen en de route die je moet afleggen is wellicht nog langer dan dat je nu moet doen.

Bovengenoemde redenen samengevat; het is voor fietsers aantrekkelijker om hun fiets te plaatsen op een plek waar dit volgens de UT niet mag dan hem in de kelder te plaatsen.

4. De inrichting van het plein communiceert een dubbelzinnige boodschap

Gebruikers proberen op allerlei manieren af te leiden hoe zij de omgeving kunnen gebruiken. Eén manier is door de vormgeving van de omgeving te interpreteren. Verschillende kleuren en materialen kunnen bijvoorbeeld communiceren dat er bepaalde zones voor specifieke activiteiten zijn. Een bekend voorbeeld hiervan zijn verschillende kleuren wegdek voor fietsers en auto’s.

De bestrating van het plein bestaat uit twee materialen: grijs beton en gelig grind (zie foto hieronder). Op het grijze beton lopen voetgangers en fietsen fietsers. Het gelige grind ligt daaromheen. Het gelige grind wordt zowel gebruikt voor de zone waar fietsers hun fiets niet mogen parkeren, als de zone waar fietsers hun fiets wél mogen parkeren (de fietsenstallingen). Bovendien biedt de zone met gelig grind waar fietsers hun fiets niet mogen plaatsen, genoeg ruimte voor het plaatsen van hun fiets.

overzicht fietsenstalling ut waaier zilverling

De keuze voor het materiaal en de afmeting van deze zone, communiceren een dubbele boodschap aan de gebruiker. Door voor beide zones (waar wel en waar geen fiets geplaatst mag worden) hetzelfde materiaal te gebruiken, wordt de suggestie gewekt dat de gehele zone fietsenstalling is. Natuurlijk staat er een bord dat zegt dat het niet mag, maar op een onbewust niveau wordt er door de gebruiker waargenomen dat de gehele zone met gelig grind een fietsenstalling is. Bovendien wordt dit beeld snel versterkt doordat er al meerdere fietsen staan.

Een betere oplossing is om een duidelijk waarneembare scheiding te maken tussen de zone waar wél en waar geen fietsen geplaatst mogen worden, bijvoorbeeld door gebruik te maken van andere materialen, kleur en/of afmeting.

5. Buiten de fietsenstalling staan palen en andere verhogingen

Fietsers gebruiken hogere objecten als hekjes, paaltjes of meterkastjes om hun fiets tegen te plaatsen. In sommige gevallen uit gemak, in sommige gevallen uit noodzaak omdat de fiets geen standaard heeft. Bovendien bieden hekken en paaltjes de mogelijkheid om je fiets gemakkelijk goed op slot te zetten met een kettingslot.

paaltje fietsenstalling wordt gebruikt als steunJe kunt verwachten dat het plaatsen van fietsen tegen verhogingen gebeurt, zeker op een Universiteit waar studenten rondrijden op ‘studentenbarrels’. De plek waar deze verhogingen worden geplaatst, bepalen daarmee in feite dus waar fietsers hun fiets tegenaan zullen zetten. Doordat er in de reguliere fietsenstallingen op het O&O plein relatief weinig fietsbeugels aanwezig zijn (alleen aan de randen) en deze relatief moeilijk bereikbaar zijn als het druk is, wordt de vraag voor verhogingen bij fietsers nog eens versterkt.

Deze verhogingen worden in de zone waar fietsers hun fiets niet mogen plaatsen wel aangeboden. Dit maakt het voor fietsers wederom aantrekkelijk om daar hun fiets te plaatsen. Dat terwijl de UT deze zone graag fietsvrij wil houden.

Een betere oplossing is dat dergelijke verhogingen en palen zoveel mogelijk worden weggewerkt in de omgeving, dat deze minimaal in de zone staan waar fietsers hun fiets mogen plaatsen. Ook kan het aanbieden van meer fietsbeugels helpen, zoals bij gebouw de Horst het geval is.

6. De fietsenstalling lijkt snel vol

De zone waar wel fietsen geplaatst mogen worden, de eigenlijke fietsenstalling, is omzoomd met een hoge heg. De fietsenstalling is daardoor moeilijk te overzien. Doordat de volledige fietsenstalling bovendien slechts zichtbaar is vanaf een beperkt aantal plekken (namelijk: de ingangen van de fietsenstallingen), wordt de overzichtelijkheid verder beperkt.

onoverzichtelijke fietsenstalling

Al met al maakt dat de fietsenstalling al snel vol lijkt, zeker op momenten dat deze intensief wordt gebruikt (zie afbeelding hierboven). Als studenten haast hebben en langs de fietsenstalling rijden, kunnen zij snel tot de conclusie komen dat de fietsenstalling vol is. Het is immers in de wirwar aan fietsen moeilijk te zien waar er nog plek is. De zone waar geen fietsen geplaatst mogen worden is veel overzichtelijker en dichterbij, waardoor dit een gemakkelijkere optie wordt.

Een betere oplossing zou een inrichting zijn waarbij de fietsenstallingen in één oogopslag te overzien zijn. Toegegeven, dit is een uitdaging. Fietsenstallingen die intensief gebruikt worden hebben de neiging om snel erg rommelig te worden.

Hoe lost de UT het probleem op?

Saillant detail, bordje staat in de fietsenstalling.
“Niet in de stalling geplaatste fietsen worden verwijderd”

Zoals de meeste organisaties dit proberen: door een bordje te plaatsen. Gegeven de situatieschets die ik hierboven heb gemaakt is het hopelijk geen verrassing dat dit bordje weinig effect heeft. Zelfs al ben je een goedwillende fietser, de mogelijkheid bestaat prima dat je het bordje nog nooit gezien hebt. Daarbij communiceert de inrichting van de omgeving een andere boodschap (zie oorzaak 4). Omdat er veel fietsers zijn die het bordje negeren, wordt de norm gecommuniceerd dat het OK is om de regels te negeren. Saillant detail: het bordje waarop staat dat foutief geplaatste fietsen worden verwijderd staat in de fietsenstalling (de plek waar je wel je fiets mag stallen).

Fietsenstalling afgezet met linten.
Fietsenstalling afgezet met linten.

In een eerste reactie van de UT op het verkeerd plaatsen van fietsen werden er rood-witte linten opgehangen. Het doel hiervan was, vermoed ik, aangeven dat er geen fietsen geplaatst mogen worden op die locaties en het verhinderen van het plaatsen van fietsen. Toegegeven, fietsers stopten op dat moment met het plaatsen van hun fiets op die plekken, maar – gegeven dat er flink geïnvesteerd is een esthetisch verantwoorde inrichting van het plein – kun je je afvragen of dit een gewenste oplossing is. Daarbij, dit kan volgens mij nooit de bedoeling geweest zijn van de ontwerper, die zal er dan ook zeker niet gelukkig van worden.

Verkeerd geplaatste fietsen worden afgevoerd naar... naar waar eigenlijk?
Verkeerd geplaatste fietsen worden afgevoerd naar… naar waar eigenlijk?

De UT is uiteindelijk overgegaan op een andere strategie: het laat verkeerd geplaatste fietsen verwijderen (dit bericht stamt uit 2011). Het effect is hiervan in mijn ogen beperkt. Met de huidige frequente waarmee van fietsen verwijderd worden, zal nooit een situatie worden bereikt waarin er geen fietsen meer staan op plekken waar dit niet mag. Daarmee zal er altijd sociaal bewijs bestaan dat het plaatsen van fietsen op plekken waar dit volgens het bordje niet mag, toegestaan is. Dit beleid lijkt daarom meer op fietsertje pesten dan een werkende oplossing. Bovendien kost het verwijderen van fietsen geld en levert alleen frustratie op.

Informatieborden helpen fietsers een fietsenstalling te vinden.
Informatieborden helpen fietsers een fietsenstalling te vinden.

UPDATE – De UT heeft onlangs informatieborden geplaatst. Deze borden geven fietsers informatie waar zij hun fiets kunnen stallen en welke fietsenstalling vol zijn (dit laatste kon ik niet afleiden van de borden, maar krijg ik wel uit meerdere bronnen bevestigd). Uit dit interview met een medewerker van facilitair bedrijf, begrijp ik dat uit onderzoek is gebleken dat de fietsers niet (goed) op de hoogte zijn van alle fietsparkeermogelijkheden. Dit gebrek aan informatie kan inderdaad een voorspeller zijn waar mensen zich bewegen in de omgeving; de andere fietsenstallingen staan dan niet op de cognitieve kaart. Bebording kan op een gebruiksvriendelijke manier fietsers de weg in de omgeving helpen te vinden. Echter, gegeven de indeling van het plein & de gebouwen er omheen, de functies die die gebouwen hebben en de voorliefde van mensen om hun fiets zo dicht mogelijk bij hun bestemming te parkeren (zie mijn analyse hierboven), vraag ik mij sterk af of deze borden het probleem op gaan lossen. Vermoedelijk wordt de oplossing als legitimering gebruikt voor het weghalen van fietsen: “de fietsers zijn nu goed geïnformeerd en maken nu zelf een weloverwogen keuze” is dan de redenering. Zoals in het commentaar op het interview al wordt gesuggereerd: waarom niet ‘gewoon’ extra fietsenstallingen plaatsen?

Waarom kost de aanpak van de UT geld?

Deze manier van oplossen kost geld omdat er werknemers betaald moeten worden om de fysieke arbeid van het verwijderen van fietsen uit te voeren. Ook kost het geld omdat deze werknemers moeten worden aangestuurd. Bovendien zullen fietsers wiens fiets is verwijderd gaan klagen bij medewerkers van de UT. Ook dit vraagt werktijd van de betrokken medewerkers en daarmee geld voor de UT. En dit beleid moet bedacht en geëvalueerd worden. Dit wordt gedaan door managers die ook op de loonlijst van de UT staan.

UPDATE – ook de onlangs geplaatste borden zullen ongetwijfeld weer extra geld kosten. Daar komen nog een keer de kosten van de aansturing van de borden en de hele reuring die er omheen ontstaat bovenop.

Dan heb je nog mensen die er stukken over schrijven (zoals ik). Ik kost de UT geen geld, maar deze stukken worden waarschijnlijk ooit ook gelezen door mensen die op de UT werken, wat weer geld kost als ze dit onder werktijd doen (tenzij ze naar aanleiding van dit stuk tot het besluit komen om dit beleid te schrappen, dan levert dit stuk geld op.) En er bestaat nog de mogelijkheid dat iemand het verwijderen van de fiets juridisch gaat aanvechten. Het bezig zijn met zo een proces (ook al leidt het niet tot een rechtszaak) kan de UT geld kosten. Kortom: het verwijderen van fietsen kost geld de UT geld.

Conclusie

Het doel van de omgeving is volgens mij dat iedereen zijn fiets plaatst op een plek die daarvoor bestemd is en niet op plekken die daarvoor niet bestemd zijn. De inrichting van het plein draagt hier niet aan bij, net als de oplossingen die de UT bedenkt. Deze oplossingen kosten wel geld. Als inrichting en doelen van het plein beter op elkaar waren afgestemd, waren deze problemen vermoedelijk minder groot geweest en had daarmee het geld nuttiger besteed kunnen worden.

Let wel, ik zeg bewust minder groot. Het is een illusie dat bij een grote instelling als een universiteit waar veel mensen op de fiets komen er geen problemen zijn met fietsenstallingen.

Je kunt dan zeggen; “mensen moeten zich aan de regels houden”. Toegegeven, dat is waar. Maar wat als de omgeving de situatie zo is ingericht dat het je aan de regels houden moeilijk wordt of overtreden verleidelijk wordt?

Ik vergelijk de situatie graag met hondenpoep op de straat (ook een kleine overtreding). Iedereen vindt dit vervelend. Maar stel nu dat de gemeente nergens hondenveldjes aanbiedt en geen vuilnisbakken. Kun je het de hondenbezitters dan nog kwalijk nemen dat ze soms de regels overtreden? Ik denk dat het met fietsers in dit geval net zo is.

Mijn advies aan de UT; laat de fietsers hun fiets overal op het gelige grind plaatsen en houd op met fietsers pesten. Overal parkeren op het gelige grind is veel gemakkelijker uit te leggen en te handhaven. Bespaart ook nog eens flink geld en ergernis.

En wat betreft die hulpdiensten; het lukt de UT ook om een busje met een dikke aanhanger het terrein op te krijgen.

Disclaimer

Ik heb de inrichting van de omgeving alleen als gebruiker & observant ervaren en ik ken verhalen van vrienden. Daarom moet ik hier en daar wat aannames maken over de doelen van de UT voor de omgeving. Gegeven wat ik gezien & gelezen heb en mijn ervaring met de UT en andere projecten, denk ik dat ik een vrij accurate inschatting kan maken. Mocht je op- of aanmerkingen hebben op mijn verhaal, graag, laat het me weten!

2 opmerkingen

  • Een erg bekend probleem. Toevallig weet ik de ondergrondse fietsenstalling wel te vinden, maar wat in dit artikel niet genoemd staat is dat daarvan maar een heel klein deel ook toegankelijk is voor studenten (het grootste deel alleen voor medewerkers). Ondanks dat ik er erg regelmatig kom en op een paar honderd meter van dit plein woon, heb ik inderdaad de bordjes nog nooit gezien. Nu erger ik mij zelf ook aan verkeerd parkeren/stallen, dus zorg ik er voor dat ik mijn fiets stal waar ik zeker weet dat het mag: in de kelder. In de gebieden die dit artikel als ‘toegestane’ fietsenstalling omschrijft zijn ook delen waar geen fatsoenlijke fietsenrekken staan, dus ook dat is erg twijfelachtig. Overigens, in de ruim anderhalf jaar dat ik er nu kom heb ik het 1 (!) keer meegemaakt dat iemand die ik ken zijn fiets bij de beveiliging op kon halen (daarheen dus ;) ). Het lijkt bijna overbodig om daaraan toe te voegen dat veel studenten elkaar al dan niet vaag kennen en het grootste gedeelte van de fietsen op het plein verkeerd gestald wordt.

    Kortom: de UT is erg onduidelijk, zelfs voor mensen die zich wel aan de regels proberen te houden.

  • Het is natuurlijk altijd een optie je iets met een ketting vast te zetten aan een paal of ander permanent onderdeel van het landschap. Jij mag daar je fiets niet neerzetten, maar de UT mag niet jouw slot kapot maken, dus is alles prima.

Over de schrijver

Joren van Dijk

In 2010 startte Joren de blog Omgevingspsycholoog.nl om de wetenschappelijke inzichten van omgevingspsychologie toegankelijker te maken voor het grote publiek. Zijn doel was (en is nog steeds) ervoor zorgen dat omgevingspsychologie een vast onderdeel wordt van bouw- en ontwerpprojecten. Dit lukt, steeds meer organisaties zien de meerwaarde van omgevingspsychologie en betrekken een omgevingspsycholoog in hun bouw- en ontwerpprojecten.

Joren’s specialisaties zijn mobiliteit, openbaar vervoer, veiligheid, licht en wachtbeleving. Daarnaast reist hij stad en land af om te vertellen over omgevingspsychologie.

Geprikkeld? Ik hoor graag van je! Je kunt me bereiken op:

joren@omgevingspsycholoog.nl
070 221 0793
06 4932 6072

Een vraag? Een opmerking?

Uw e-mail adres

Uw bericht

Type deze code over
captcha