Omgevingspsycholoog

Hoe beleven wij een openbaar toilet?

Voor veel mensen kan een bezoek aan een WC in een openbaar gebouw tot de nodige frustraties leiden. Waarom is dat eigenlijk?

Voor veel mensen kan een bezoek aan een WC in een openbaar gebouw tot de nodige frustraties leiden. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat mensen de ervaring hebben een smerige ruimte te betreden of weinig privacy ervaren. Er zijn allerlei grote en kleine factoren die direct en indirect beïnvloeden hoe mensen een WC bezoek beleven. In deze blog zal ik een aantal voorbeelden geven uit onderzoek en eigen observaties over hoe de fysieke omgeving de beleving van een WC bezoek beïnvloedt.

Waarom deze blog?

Een aantal jaar geleden ben ik begonnen met het fotograferen van WC’s. In die zoektocht ben ik van alles tegengekomen. Slimme, grappige of bedroevende voorbeelden. Sommige voorbeelden lijken te klein om je druk over te maken en sommige lijken ‘too obvious’ om te benoemen. Ze hebben allen één ding gemeen; ze dragen bij aan de beleving van WC bezoekers.

Mocht je je afvragen, “heeft die kerel smetvrees ofzo?” Ik denk dat het wel meevalt. Ik heb jarenlang zonder problemen op een studentenhuis gewoond wat nou niet bepaald bekend stond om zijn properheid. Mijn motivatie is meer om inzicht te geven in hoe ook hele kleine dingen op de WC beleving kunnen beïnvloeden.

Zoals de vrouwelijke lezers zullen merken, heb ik meer ervaring met herentoiletten dan met damestoiletten. Op de één of andere manier wordt het nooit zo gewaardeerd als je als man met een camera om je nek een damestoilet binnenloopt ;-) Mocht je aanvullingen hebben op deze blog, deel ze aub met me, ik voeg ze graag toe.

Laten we beginnen met de basisvraag:

Waarom kan een WC-bezoek tot frustraties leiden?

Er zijn volgens mij twee belangrijke redenen dat WC’s tot frustratie kunnen leiden:

  1. Mensen krijgen het gevoel hebben dat ze zich in een smerige ruimte bevinden.
  2. Mensen ervaren een gebrek aan privacy op het moment dat ze een activiteit uitvoeren die ze als zeer privé kunnen ervaren.

Gevolgen van deze ervaringen zijn frustratie of stress, dat mensen zo min mogelijk willen aanraken, onhandige houdingen en dat mensen zo snel mogelijk de ruimte willen verlaten.

Het is belangrijk om te beseffen dat het bij beide redenen gaat om een beleving, dat wil zeggen: zoals de mensen het zelf ervaren. Dit betekent dat of een omgeving echt vies is, minder ter zake doet als mensen het gevoel hebben dat deze vies is.

Goed, laten we bij het begin beginnen. Je wilt naar een WC.

Hoeveel ruimte heeft een WC?

Figuur - De te krappe ruimte in deze WC zorgt ervoor dat je bij het verlaten van de WC zeker iemand aanstoot.
Figuur 1 – De plaatsing van deur en wasbak is in deze kleine ruimte ongelukkig gekozen.

Als je bij organisaties en openbare gelegenheden naar de WC gaat, kom je vaak eerst uit in een ‘gedeelde’ ruimte waar de wasbakken staan.

Het valt op dat met name in de horeca de afmetingen van deze ‘gedeelde’ ruimte vaak klein zijn. Dit beperkt de ruimte om je te bewegen aanzienlijk. Ik kan mij voorstellen dat horeca-ondernemers de overweging maken om zoveel mogelijk oppervlakte te creëren waar mensen kunnen eten of drinken en deze dus niet te besteden aan een WC. De gedachte kan dan zijn dat op deze manier het oppervlak het meeste oplevert.

Je kunt hier tegenin brengen dat WC’s bijdragen aan hoe mensen bijvoorbeeld een restaurant ervaren. Als dit negatief is, beïnvloedt dit de algehele beleving van het restaurant en daarmee de kans of mensen terugkomen (toegeven, je kunt je afvragen hoe groot dit effect is).

Een kleine ruimte maakt dat mensen zich moelijker kunnen bewegen. Hierdoor moeten mensen sneller voorwerpen aanraken (wat als vervelend wordt ervaren als de omgeving als vies wordt ervaren) of vervelende bewegingen maken, bijvoorbeeld een jasje aan of uittrekken. Bovendien, als er meer mensen aanwezig zijn in de ruimte, zullen mensen elkaar sneller aanraken (zie figuur 1) en kan de situatie als snel tot een gevoel van crowding leiden.

Figuur - bijzondere wc waar je met je knieën tegen de muur mag zitten.
Figuur 2 – Krappe wc in het Guggenheim museum (New York) waar je met je knieën tegen de muur mag zitten.

De oplossingen zijn relatief simpel: zorg dat er genoeg ruimte is voor bezoekers om zich te kunnen bewegen. Probeer de ruimte zo in te richten dat looplijnen elkaar zo min mogelijk kruisen. Voorkom dat de draaicirkel van een te openen deur overlap heeft met een locatie waar mensen geregeld komen te staan.

Overigens zie je vrijwel zelden dat het WC-hokje zelf te klein is (zie figuur 2). De reden hiervoor is, vermoedelijk, dat er minimale afmetingen voor WC’s zijn vastgelegd in het bouwbesluit.

Dan volgt de keuze voor een WC(-hokje). Als je eenmaal bij jouw WC bent, is de volgende vraag:

Hoe ruikt de WC?

De meest gehoorde klacht over smerige WC’s is misschien wel dat een WC stinkt. In het minst vervelende geval wordt de stank veroorzaakt door de persoon voor je, als deze net flink heeft zitten kakken. Uiteraard heb jij daar niks aan, maar de personen die na jou komen wel. Deze lucht ebt na een tijdje weer weg. Het wordt vervelender als de WC stinkt omdat mensen naast de pot hebben geplast. Deze geur blijft veel langer hangen en heeft een goede schoonmaak beurt nodig om te verdwijnen.

Als het naar pis stinkt, wordt dit als vies geïnterpreteerd. Het tegenovergestelde is ook waar; als het in de WC naar citrus ruikt, interpreteren mensen dat als schoon. Het blijkt zelfs zo te zijn dat mensen meer gedrag vertonen om de omgeving schoon te houden (in vergelijking met een neutrale geur) (De Lange e.a., 2012Holland, 2005). Buiten dat de meeste mensen citroengeur een stuk prettiger vinden ruiken dan plas, helpt het ook nog eens met het schoonhouden van een omgeving.

De volgende vraag is dan:

Waar laat ik mijn bagage?

Als je naar een zit-WC gaat en je hebt een tas en/of lange jas bij je, dan is de vraag: “Waar laat je hem?” Hetzelfde geldt voor handtassen als je naar het urinoir gaat. Op de grond zetten is voor veel mensen geen optie, omdat deze als smerig wordt ervaren. Als mannen blijven staan kan het een optie zijn om de bagage met één hand vast te houden, maar dit is verre van handig.

Bovendien wil je je bagage in het zicht houden. Op openbare WC’s komen veel mensen die je niet kent en/of vertrouwt. Het niet in de gaten kunnen houden van je bagage kan daarom een onprettig gevoel geven.

Daarom bieden een verhoging (figuur 3), rek (figuur 4) of haakje (figuur 5) een uitkomst. Gelukkig kan dit tegenwoordig in veel WC’s.

Figuur - verhoging bij WC.
Figuur 3 – Verhoging bij WC.
Figuur - Bagagerekken boven urinoirs.
Figuur 4 – Bagagerekken boven urinoirs.
Figuur - Haakje aan de muur.
Figuur 5 – Haakje aan de muur.

Van deze oplossingen is een haakje monteren de simpelste en goedkoopste. Als je dan toch bezig bent, monteer er dan twee. Je kunt dan gemakkelijk zowel je jas als je tas ophangen. Toch ontbreekt het hier vaak aan op WC’s. Zonde, want kleine investering, groot genot.

Dan volgt de werkelijke daad waarvoor we gekomen zijn: plassen.  Het begint met de vraag:

Durf je te zitten?

Vrouwen, en ook een deel van de mannen, zitten op de WC om te plassen. Het probleem is echter dat veel zit-WC’s, waar ook mannen gebruik van maken, nog wel eens als sta-WC gebruikt worden. De bril is daardoor, op zijn zachtst gezegd, niet altijd even schoon meer (dit probleem is overigens niet exclusief voor WC’s die door heren worden gebruikt, ook de WC-brillen op een damestoilet schijnen goed smerig te kunnen zijn). Mensen die willen zitten op zo een WC zullen dit niet als prettig ervaren. Ook als er water op de bril ligt (van bijvoorbeeld het doortrekken), kunnen mensen dit als vervelend ervaren.

Sommige openbare WC’s lijken dit probleem in de hand te werken. Een deel van de mannen ervaart het naast een ander staan plassen als vervelend (zie volgende paragraaf over privacy over meer uitleg). Daarom kiezen sommige mannen ervoor om in een afgesloten WC-hokje te plassen. Deze hokjes zijn vaak uitgerust met een normale zit-WC. Dat er in een afgesloten ruimte wordt geplast, wil niet zeggen dat er dan netjes wordt gezeten op een WC. Dit staand plassen bij een zit-WC heeft als gevolg dat de WC bril (en de rest van het WC-hokje) sneller vies wordt.

Er valt daarom wat te zeggen voor meer urinoirs in afgesloten WC-hokjes. Hiermee biedt een WC de mogelijkheid om je als mannelijke bezoeker af te zonderen en faciliteert het staand plassen. Ook kan het helpen om duidelijker te communiceren in welk hokje een urinoir bevindt en in welk hokje een zit-WC, dit wordt nu bijna nooit aangegeven. Op deze manier wordt in ieder geval de ergernis van een vuile WC-bril tegengegaan en kan er wellicht bespaard worden op schoonmaak.

Figuur - Te kleine en losse WC bril
Figuur 6 – Te kleine en losse WC bril.

Gelukkig wordt tegenwoordig heel vaak de bril omhoog gedaan. Je kunt dan, als je wilt zitten, de bril over de vieze WC rand leggen en dan alsnog gaan zitten op een (relatief) schone bril. (Overigens kan voor sommige mensen het moeten zitten op relatief schone WC- al genoeg stress opleveren.)

Dit ‘truukje’ werkt echter niet zo goed als de WC bril niet (meer) goed vast zit of te klein is (in figuur 6 is beide van toepassing). Mensen kunnen daardoor alsnog met hun benen tegen de rand aan komen te zitten, wat een onprettige ervaring kan veroorzaken.

Figuur - Afbeelding van ogen activeren zelfbeeld van mensen.
Figuur 7 – Afbeelding van ogen activeren zelfbeeld van mensen.

Wellicht kunnen we mensen stimuleren om zich schoner te gedragen door hun zelfbeeld te activeren. Uit onderzoek blijkt dat mensen zich meer gaan gedragen ‘zoals het hoort’, als ze het gevoel hebben dat ze bekeken worden. Dit gevoel kan worden opgewekt met een afbeelding van ogen (Bateson e.a., 2006). Ik moet erbij zeggen dat ik niet weet of dit onderzoek ook is toegepast is in een WC setting, maar het is het proberen waard (zie figuur 7).

Of je prettig naar de WC kunt gaan is weer afhankelijk van de volgende vraag:

Heb je genoeg privacy?

Figuur Als het in deze WC druk is (en dat is het vrij snel), kun je letterlijk bij iemand over de schouder mee kijken. Lees hier de hele beschrijving van deze WC.
Figuur 8 – Bij deze WC mag je direct meekijken als je binnen loopt.

Een vaak gehoorde klacht is dat mensen het niet prettig vinden als ze het gevoel hebben dat er iemand te dicht bij hen komt als ze staan of zitten te plassen. “Ik heb dan geen privacy“, zeggen we dan. De bekendste vorm is dat we letterlijk kunnen zien of er iemand in onze buurt is. Dit is vaak het geval bij urinoirs waar meerdere mannen naast elkaar staan te plassen.

Privacy, of het gebrek daaraan, beperkt zich niet alleen tot het kunnen zien van anderen. Een gebrek aan privacy kun je ook ervaren als je anderen kunt horen of ruiken. Dit gebrek aan privacy kan daarom ook voorkomen als mensen in een WC-hokje zitten slecht geïsoleerd is, bijvoorbeeld doordat de onder of bovenkant van de hokjes open zijn. Hierdoor horen of ruiken mensen de aanwezigheid van anderen eerder.

Figuur - Bij het linker urinoir kunnen voorbijgangers en mensen die hun handen staan te wassen (via de spiegel) vrolijk met je mee kijken.
Figuur 9 – Bij het linker urinoir kunnen voorbijgangers en mensen die hun handen staan te wassen (via de spiegel) mee kijken.

Uit onderzoek blijkt dat als mannen dichterbij een andere man die staat te plassen gaan staan, dat het dan langer duurt voordat mannen gaan plassen en dat ze korter plassen (Middlemist e.a., 1976). In extreme gevallen kan dit tot ‘plasangst‘ of  ‘poepangst‘ leiden. Mensen die hier last van hebben, hebben een angst voor plassen of poepen in het (veronderstelde) bijzijn van anderen. Het zorgt ervoor dat mensen (zowel mannen als vrouwen) niet (goed) kunnen plassen of poepen in het (veronderstelde) bijzijn van anderen.

Je kunt je overigens afvragen wat het effect van afbeelden van ogen, zie vorige paragraaf, heeft op het gevoel van privacy.

De oplossing is wederom relatief simpel. Bij urinoirs kunnen schotjes die het zicht op anderen blokkeren al veel helpen. Echter, zoals in de vorige paragraaf al aangeven, voor sommige mensen is dit geen goede oplossing. Het idee dat iemand anders aanwezig is terwijl zij plassen, kan al vervelend genoeg zijn. Ongeacht of er nu een schotje tussen staat of niet. Een goed geïsoleerd WC-hokje kan daarom een uitkomst bieden. Door het waarnemen van anderen via zicht, geluid en geur te voorkomen, krijgen mensen meer een gevoel van privacy.

Ook spelen er ergonomische factoren mee die onze ervaring van een WC bezoek beïnvloeden.

Hangt de WC op de juiste hoogte?

Hoe hoog moet een WC of urinoir eigenlijk hangen? Zodat je gemakkelijk kunt staan of zitten. Maar hoe hoog is dat dan?

Figuur - Bij dit urinoir is de vloer bij het achterste urinoir verhoogt.
Figuur 10 – Bij dit urinoir is de vloer bij het achterste urinoir verhoogd.

Een te hoog urinoir zorgt voor een vervelende houding wat het plassen moeilijker kan maken. Een te laag urinoir zorgt ervoor dat de plas van een grotere hoogte komt en daardoor meer spettert, wat meer plas naast de pot en op de vloer en kleding als gevolg heeft. Plas op de grond zorgt er vervolgens weer voor dat het in de WC gaat stinken.

Een zit-WC die te hoog hangt heb ik nog nooit mee gemaakt (ik ben circa 1,85 meter, wellicht heeft dat er mee te maken), maar ik kan mij voorstellen dat als dit voorkomt, mensen er dan moeite mee hebben om er op te gaan zitten. Een te lage zit-WC is mij wel meer bekend. Je gaat dan zitten en op het moment dat je normaal gesproken de WC bril verwacht, voel je niks. Je krijgt daardoor het gevoel alsof je valt en daardoor een valreflex.

Over de hoogte van de toiletpot wordt niets vermeld in het bouwbesluit. Op internet wordt een brilhoogte van circa 45 cm vanaf de tegelvloer geadviseerd. Mijn advies: test het. Mensen voelen snel aan of iets op de juiste hoogte hangt of staat. Uiteraard hangt de hoogte af van de doelgroep; voor kinderen is een lagere brilhoogte gewenst (anders komen ze er moeilijk op of bij, zie figuur 10 voor een creatieve oplossing) en voor ouderen juist weer een grotere (anders komen ze er moeilijk vanaf).

Figuur - Ook de afstand tot de WC-rol is belangrijk.
Figuur 11 – WC rol is hier slecht te pakken vanaf de WC.

Overigens is de WC niet de enige factor waar ergonomie een rol speelt. Ook de WC-rol houder wil wel eens te ver, te dichtbij, te hoog of te laag hangen. In figuur 11 is het wat moeilijker te zien, maar je moet behoorlijk lange armen hebben wil je hier fatsoenlijk het WC papier kunnen pakken.

Als je klaar bent met naar de WC gaan, mag je doortrekken. Dan volgt de uitdaging:

Welke knop moet ik hebben om door te trekken?

Figuur - welke knop is voor veel of weinig water? De grote of de dikke?
Figuur 12 – Welke knop is voor veel of weinig water? De grote of de dikke?

De meeste WC’s zijn tegenwoordig uitgerust met twee knoppen. Meestal is het ‘simpel’ af te leiden: de grote knop is voor veel water, de kleine voor weinig water. In figuur 12 is dit lastiger af te leiden.

Dit staat overigens bijna nooit duidelijk vermeld of uitgelegd op de knoppen. Voor mensen uit het buitenland die dit systeem niet kennen, is dit dus moeilijk te begrijpen.

Het doorspoelen is wederom een moment waarop bezoekers iets in de WC moeten aanraken. Ook hier bieden sensoren een uitkomst. Een nadeel kan wel zijn als de sensor niet goed werkt en te vroeg doorspoelt. Als iemand dan nog op de WC zit, kan dit voor een iets wat frisse verrassing zorgen.

Dan bestaan er nog een tweetal kleine ongemakken wat betreft het doorspoelen zelf. Als een plateau WC-pot scheef staat of slecht is afgewerkt, blijft er te weinig water staan op het plateau. Een gevolg is dat de boodschap gemakkelijker blijft liggen op het plateau. Ook zijn er WC’s waarbij de boodschap niet goed door de zwanenhals wordt doorgespoeld. Het is mij niet duidelijk of dit komt door een te kort aan stort water of een rare afwerking.

In beide gevallen sta je nu voor de keuze. Of je gaat weg en laat voor de volgende WC-ganger een onaangename verassing achter of je zult moeten wachten tot de stortbak weer vol is en spoelt daarna nogmaals door.

Goed we zijn klaar met de WC. Nu is het tijd om de handen te wassen.

Wederom, waar laat ik mijn bagage?

Figuur - Deze WC heeft een verhoging bij de spiegel waar de tas neergezet kan worden.
Figuur 13 – Deze WC heeft een verhoging bij de spiegel waar de tas neergezet kan worden.

We zijn deze vraag al eerder tegen gekomen. Bezoekers willen of moeten hun handen letterlijk vrij hebben om de handen goed te kunnen wassen. Ook de wasbakken kunnen wel eens goed smerig of in ieder geval nat zijn. Als bezoeker wil je hier niet je nette jas of koffer op zetten. Hoewel de grond hier een iets betere optie is dan bij de WC, biedt een verhoging, zoals in figuur 13, waar iemand zijn of haar spullen kan neerzetten tijdens het handen wassen, een goede uitkomst.

Nu kun je echt je handen wassen.

(Hoe) werkt de kraan?

Het hele idee van je handen wassen is dat je alle viezigheid die er dankzij het WC-bezoek is opgekomen, weer afwast. Eigenlijk wil je dan de kraan niet hoeven aanraken. Je draait immers met je eigen vieze handen de kraan open, wat vele anderen voor jou ook hebben gedaan, je wast je handen en sluit vervolgens de kraan weer. Bij het sluiten raak je dezelfde kraan weer aan die je net vies hebt gemaakt.

Figuur - Kraan met voetbediening.
Figuur 14 – Kraan met voetbediening.

Veel kranen zijn tegenwoordig uitgerust met een sensor, waardoor je de kraan niet meer hoeft aan te raken. Dit is een uitkomst voor mensen die de kraan niet willen aanraken (af en toe kom je ook mechanische varianten tegen, zoals in figuur 14). Helaas werken niet alle sensoren even goed.

Je hebt bijvoorbeeld kranen die open gaan als je je handen op een bepaalde afstand van de sensor houdt, maar tijdens het handen wassen, verplaats je je handen naar een meer ‘natuurlijkere’ houding. Hierdoor vallen je handen buiten het gebied van de sensor, waardoor de kraan afslaat. Dit proces herhaalt zich een aantal keer en het resultaat is een soort tikkertje tussen jouw handen en de waterstraal.

Een oplossing voor dit soort problemen is het testen van sensoren als ze worden geïnstalleerd en, indien mogelijk, de sensoren beter afstellen als deze later niet meer goed blijken te werken.

Een tweede uitdaging bij de kraan kan het ontwerp van de kraan zelf zijn. Sensorkranen lijken qua manier van gebruiken veel op elkaar; je moet je hand voor een sensor houden. Bij mechanische kranen is dit echter niet altijd even duidelijk. Dit gaat vooral op voor designkranen. Ze zien er in sommige gevallen mooi uit, maar door de originaliteit is het niet altijd even duidelijk hoe je ze moet gebruiken.

Gevolg hiervan is dat mensen soms veel te warm water aanzetten of, en dit komt vaker voor, dat de kraan ineens vol open staat. Dat laatste wil nog wel eens het vervelende gevolg hebben dat het water alle kanten op spat (dit probleem zie je soms ook bij kranen die maar één stand kennen). Hierdoor wordt de ruimte rondom de wasbak nat (wat een vieze indruk kan geven) en in het ergste geval, jouw kleren. Nu kun je zeggen, ach, het is water, dat droogt wel, op. Geloof me, je kunt je knap lullig voelen als je buiten komt en er zit een natte vlek ter hoogte van je kruis. “Het was de kraan, echt waar…”

Werkt de zeeppomp?

Dezelfde problemen die voor een kraan gelden, zie je ook terug bij zeeppompen. Er is echter één specifiek probleem wat je alleen terugziet bij zeeppompen: een verzameling zeep onder de zeeppomp. Er zijn hiervoor een aantal oorzaken die specifiek gelden voor een zeeppomp:

  1. Er blijft vaak zeep hangen aan de ‘tuit’ van de zeeppomp of de zeeppomp is lek. Doordat iemand zijn handen al heeft weggehaald als deze zeep uiteindelijk valt, valt de zeep op de grond.
  2. De zeeppomp hangt vaak niet boven een wasbak, daardoor kan de zeep niet weglopen zoals water uit de kraan kan weglopen.
  3. Uit de zeeppomp komt zeep, wat vaak veel trager beweegt dan water, waardoor het minder gemakkelijk kan weglopen.
Figuur - Lekkende zeeppomp
Figuur 15 – Lekkende zeeppomp.

Het lijkt onschuldig, maar dit kan er al snel smerig uitzien. Bovendien zijn er aanwijzingen dat viezigheid andere viezigheid aantrekt (lees ook de blog over de broken window theory). Op die manier kan een smerige zeepplek bijdragen aan het aantrekken van meer vuil.

Figuur 15 geeft hier een mooi voorbeeld van. Zeker weten doe ik het niet (ik heb alleen het resultaat, zichtbaar op deze foto, mogen aanschouwen), maar vermoedelijk is het ongeveer zo gegaan: de doekjes rechts zijn neergelegd onder de lekkende zeeppomp. Vervolgens kwam er iemand die zijn handen wilde afdrogen met nieuwe doekjes en zo snel de vuilnisbak niet kon vinden. Deze heeft ze vrolijk naast de eerste doekjes neer gelegd, want “hè, het is hier toch al vies”.

Figuur - Zeeppomp achter de kraan weggewerkt.
Figuur 16 – Zeeppomp achter de kraan weggewerkt.

De beste oplossing hiervoor zijn volgens mij zeeppompen die boven een wasbak hangen en die het gewoon doen. Dat laatste klinkt erg logisch. Toch zijn er heel veel zeeppompen die niet of slecht werken.

Als we de handen hebben gewassen, zijn we er bijna. De volgende vraag is:

Hoe droog ik mijn handen?

Natte handen vinden de meeste mensen niet prettig, daarom proberen we ze droog te krijgen. Daar zijn grofweg drie manieren voor:

  1. Afdrogen
  2. Blazen
  3. Zwaaien

Net als bij het wassen van de handen is het doel van afdrogen dat de handen schoon blijven.

Sporadisch zie je nog wel eens één handdoek hangen waar iedereen zijn handen mee mag afdrogen (of eigenlijk mag insmeren met andermans afdroogsel), maar meestal zijn het een handdoekrolautomaat of papieren handdoekjes (in figuur 13 worden beide opties aangeboden). In beide gevallen heeft iedereen het voordeel van zijn eigen doekje om de handen mee schoon te maken en het nadeel dat als de doek op is, je de handen niet meer kunt drogen.

De handdoekrolautomaat heeft als grote voordeel dat deze relatief gemakkelijk is te hergebruiken in vergelijking met de papieren handdoekjes. Een nadeel is dat als mensen er te enthousiast aan trekken, de rol blokkeert en dat het apparaat niet meer werkt, waardoor alsnog iedereen zijn handen met hetzelfde stukje handdoek mag afdrogen.

Figuur X - "It's ok to use me, I will be back soon." valt er te lezen op de papieren handdoekjes dispenser op Schiphol.
Figuur 17 – “It’s ok to use me, I will be back soon.” valt er te lezen op de papieren handdoekjes dispenser op Schiphol.

Dit probleem kennen de papieren handdoekjes niet (of je moet de papieren handdoekjesdispenser wel heel raar vullen). Een specifieke nadeel van de handdoekjes is dat ze weggegooid moeten worden. Het voorbeeld van figuur 15 laat zien wat dit voor gevolg kan hebben. De makkelijkste oplossing om dit te voorkomen is de vuilnisbak duidelijk zichtbaar in de buurt van de dispenser te plaatsen (zoals in figuur 20). Een ander nadeel kan zijn dat de papieren handdoekjes niet of nauwelijks gerecycled worden en daarmee milieuvervuilend zijn.

Je denkt nou zijn we er, nou nee. Ook de vuilnisbak, waar je jouw papiertje in wilt gooien, kan nog een hindernis zijn. Het probleem wat we zagen bij de kraan, gaat ook op voor de vuilnisbak. Er worden een hoop design vuilnisbakken ontworpen, maar het gebruik ervan is niet altijd even handig (bijvoorbeeld figuur 18 en 19).

De oplossing in figuur 20 is relatief simpel en effectief. De bak is direct zichtbaar vanaf de plek waar een papieren handdoekje wordt gepakt en de vuilnisbak hoeft niet aangeraakt te worden om hem te openen. Een nadeel is wel dat je als bezoeker recht in de vuilnis kijkt. Om dit acceptabel te houden, moet de vuilnisbak regelmatig geleegd worden.

Figuur - Hoe open je deze vuilnisbak?
Figuur 18 – Hoe open je deze vuilnisbak?
Figuur - Hoe open je deze vuilnisbak zonder vieze vingers te krijgen?
Figuur 19 – Hoe open je deze vuilnisbak zonder vieze vingers te krijgen?
Figuur - Maak weggooien makkelijk.
Figuur 20 – Maak weggooien makkelijk.

Een tweede manier om je handen te drogen is een elektrische blazer. Het grote voordeel van een blazer is dat deze nooit op kan raken. Als er elektriciteit is, kun je altijd je handen drogen. Tot voor kort bestond er maar één soort blazer: de beroemde / beruchte föhn. Met een druk op de grote knop begint deze warme lucht te blazen. Mijn ervaring met deze apparaten is dat je relatief lang moet wachten voordat je handen droog zijn.

Figuur - Turbo blazer
Figuur 21 – Turbo blazer.

Sinds kort bestaat er een nieuwe turbo blazer (figuur 21). Deze zorgt er voor dat je handen aanzienlijk sneller droog zijn dan bij de föhn. Een nadeel van deze blazer is wel dat het water zich onder de blazer kan ophopen en dat het apparaat flink wat herrie maakt.

Mocht afdrogen of blazen niet helpen, kun je altijd nog je handen droog ‘zwaaien’ of afdrogen aan je kleren. Een nadeel aan dit zwaaien is wel dat er overal in de WC druppels vallen. Druppels die weer opdrogen, een randje achterlaten en zo weer bijdragen aan de vieze indruk van de WC.

Goed. Dan de laatste horde voordat we weer naar buiten gaan:

In de spiegel kijken

Figuur - Bij sommige WC's wordt hairspray of deodorant aangeboden.
Figuur 22 – In sommige WC’s wordt hairspray of deodorant aangeboden.

Mensen gaan niet alleen naar de WC om hun behoefte te doen. Er wordt op de WC ook goed in de spiegel gekeken en aandacht besteed aan persoonlijke verzorging. Zit mijn haar/kleding/make-up wel goed? Stink ik niet naar zweet? Belangrijk hierbij is dat mensen goed voor de spiegel kunnen staan. Klinkt wederom logisch, maar dit is niet altijd het geval.

Een mooi voorbeeld om de persoonlijke verzorging van mensen te faciliteren is het aanbieden van hairspray, make-up of deodorant (figuur 22). Alleen het gebaar doet het al goed.

Wil je mensen echt goed helpen dat ze er goed uit zien, kun je bijvoorbeeld overwegen om een passpiegel te installeren, waarin mensen zichzelf van schoenen tot aan hoofd kunnen bekijken.

Het lijkt er op dat we nu echt klaar zijn. Tijd om naar buiten te gaan.

Naar buiten gaan

In veel gevallen zijn de ruimtes waar de WC’s zich bevinden met een deur gescheiden van de rest van de aanliggende ruimtes. Dit geeft een vorm van privacy over en weer.

Net als bij het handen wassen en afdrogen, wil je bij het naar buiten gaan eigenlijk schone handen houden (waarom zou je anders je handen wassen?). Een nadeel van een deur is dat bezoekers van de WC deze deuren altijd moeten aanraken om naar buiten te gaan. In veel gevallen is dit de deurklink.  Met de wetenschap dat veel mensen hun handen niet wassen (Borchgrevink e.a., 2013), zit je dus eigenlijk in de val als je je handen schoon wilt houden.

Dit probleem is op te lossen met een bewegingssensor of een mechanisch systeem dat de deur voor je opent zonder dat je de deur hoeft aan te raken, maar gek genoeg zie je dit bijna nooit bij WC’s. Dit soort systemen zijn overigens wel gangbaarder in operatiekamers van ziekenhuizen.

Figuur - Klapdeurtjes naar de WC
Figuur 23 – Klapdeurtjes naar de WC.

De klapdeurtjes in figuur 23 kunnen een serieuze uitdaging vormen als je de WC wilt verlaten en zo min mogelijk wilt aanraken. Veel mensen gebruiken hun (niet gewassen) handen om de deurtjes weg te duwen. Gevolg is de deuroppervlaktes vies worden. Doordat er geen duidelijk punt is waar mensen moeten drukken of vastpakken om de deur te openen. Gevolg hiervan is dat het oppervlakte waar mensen de deur zullen vastpakken, groter is dan als er een deurklink aanwezig is.

Als je deze deur wilt openen sta je dus voor de keuze: of je handen gebruiken om de deur te openen of met je schouder de deur open duwen, maar dan loop je de kans dat je kleren onder de viezigheid zitten.

Om de privacy van mensen binnen en buiten de WC te waarborgen, willen we deze ruimtes zo goed mogelijk van elkaar scheiden. De mensen buiten willen liever niet zien, horen of ruiken dat de mensen op de WC zijn behoefte doet en vice versa willen mensen op de WC liever niet dat de mensen buiten hen kunnen horen.

Dit klinkt logisch, toch? Ooit ben ik in een kantoorgebouw geweest waar de ruimte waar klanten werden ontvangen direct naast de WC’s zat (minder dan één meter). Hoewel de ruimte gescheiden was door twee deuren die loodrecht op elkaar stonden, kon je het doortrekken en eventuele rare geluiden op stille momenten toch horen.

Figuur X - Voorbeeld van openbaar toilet zonder deuren met tactisch geplaatste muren.
Figuur 24 – Voorbeeld van openbaar toilet zonder deuren met tactisch geplaatste muren.

Een goede deurloze oplossing is het tactisch positioneren van muren en doorgangen (zie figuur 24 voor een voorbeeld), al dan niet gecombineerd met geluiddempende materialen. Doordat je een aantal keer ‘de hoek om moet’, is de WC nog steeds goed afgeschermd van de algemene ruimte, zonder dat er een deur nodig is. Je ziet dit vooral bij grotere openbare WC’s, zoals op Schiphol. Een nadeel is dat er hiermee relatief veel loze ruimte ontstaat. Die moet je dus wel hebben. Dit is vaak voor kleinere restaurants minder haalbaar.

Dat was het. Je hebt het bezoek aan de openbare WC overleefd. Ik hoop dat ik je een beetje een inzicht heb kunnen geven in de verschillende manieren waarop een WC ons allemaal beïnvloedt. Iedere keer als ik de blog lees, bedenk ik weer nieuwe dingen die ik ben tegen gekomen, maar om de blog niet nog langer te maken, houd ik het hier bij.

Als je suggesties hebt, laat het me weten. Ik voeg ze graag toe.

3 opmerkingen

  • Dit zijn heel herkenbare en praktische overwegingen over het wc-wezen. Wat ik nog miste: het geluid en de akoestiek. Galmende wc ruimtes zijn heel onaangenaam; als er een gedempte stilte heerst kom je er even lekker tot rust, een fijne afwisseling met de drukte buiten de wc. Soms probeert men met muzak de sfeer fijn te maken, maar dat kan ook heel ergerlijk zijn.

  • Joren,

    Ik ervaar een toilet als prettiger wanneer er kleine persoonlijke zaken te vinden zijn. Bijvoorbeeld verse bloemen, foto’s of zoals je al noemde: deo of een ander geurtje. Ook was ik in een restaurant waar op het toilet een rieten mand stond met opgerolde katoenen handdoekjes. In combinatie met geluid, muziek en geur [vb. deo]: geeft mij het gevoel dat ook deze ruimte met zorg is ingericht. Gevolg: ik zorg ook beter voor deze ruimte en laat het netter achter.

Over de schrijver

Joren van Dijk

In 2010 startte Joren de blog Omgevingspsycholoog.nl om de wetenschappelijke inzichten van omgevingspsychologie toegankelijker te maken voor het grote publiek. Zijn doel was (en is nog steeds) ervoor zorgen dat omgevingspsychologie een vast onderdeel wordt van bouw- en ontwerpprojecten. Dit lukt, steeds meer organisaties zien de meerwaarde van omgevingspsychologie en betrekken een omgevingspsycholoog in hun bouw- en ontwerpprojecten.

Joren’s specialisaties zijn mobiliteit, openbaar vervoer, veiligheid, licht en wachtbeleving. Daarnaast reist hij stad en land af om te vertellen over omgevingspsychologie.

Geprikkeld? Ik hoor graag van je! Je kunt me bereiken op:

joren@omgevingspsycholoog.nl
070 221 0793
06 4932 6072

Een vraag? Een opmerking?

Uw e-mail adres

Uw bericht

Type deze code over
captcha