Omgevingspsycholoog

Hoe ontwerp je een sociaal veilige ruimte?

Sociaal veilig ontwerpen en CPTED bieden richtlijnen voor sociaal veilig ontwerp van ruimtes. Hoe werkt dat en is er bewijs voor?

Sociaal veilig ontwerpen en CPTED (crime prevention through environmental design) bieden richtlijnen voor hoe een omgeving ontworpen kan worden om een veilige beleving bij haar gebruikers te creëren. Er is echter nog weinig bewijs voor de specifieke afzonderlijke richtlijnen. Wel is er een groeiende hoeveelheid bewijs dat de algemene benadering van sociaal veilig ontwerpen en CPTED ondersteund. Randy Bloeme heeft voor je uitgezocht hoe er in het ontwerp van een omgeving aan sociale veiligheid gewerkt kan worden.

Definitie sociale veiligheid

Sociale veiligheid is een breed begrip en wordt dan ook telkens anders gedefinieerd. In ieder geval gaat het bij sociale veiligheid altijd om bescherming tegen door mensen veroorzaakte bedreigingen en criminaliteit (López, Luten, Woldendorp, & van Zwam, 2008). Een sociaal veilige omgeving is dus een omgeving waarin men zich vrij kan bewegen zonder angst voor of blootstelling aan bedreigingen en criminaliteit door anderen.

Verbreding van het begrip sociale veiligheid

De laatste jaren is er een verbreding van het begrip sociale veiligheid te zien is. Sociale veiligheid wordt namelijk steeds vaker gelijkgesteld aan de afwezigheid van gedragingen die hinder, overlast of gevoelens van onbehagen opleveren voor medeburgers (Bijleveld & Van de Bunt, 2003). Bruinsma & Bernasco (2004) geven aan dat met name in de maatschappelijke, politieke en bestuurlijke debatten vanaf 2002 overlast zeer centraal staat.

Overlast wordt daarbij omschreven als onbeleefdheden en onbetamelijkheden, rondhangende groepen jongeren, luidruchtig gedrag, de aanwezigheid van personen die zich afwijkend of onvoorspelbaar gedragen, rondslingerend afval en andere fysieke signalen van verwaarlozing, zoals wildplassen, bedelen, bedreigen of schelden.

De verbreding van het begrip sociale veiligheid lijkt een goede ontwikkeling. Hierdoor is namelijk meer aandacht is voor problemen en incidenten die meer mensen in het dagelijks leven treffen, maar niet direct onder de noemers bedreiging of criminaliteit vallen. Om inzicht te krijgen in hoe realistisch deze verbreding is, kunnen we gaan kijken naar de oorzaken van overlast en sociale veiligheid. De vraag die dan gesteld kan worden is; hoe ontstaat overlast en sociale onveiligheid en hoe kun je daarop inspelen bij het ontwerp van een omgeving?

Wat is overlast?

Er is sprake van overlast als iemand iets als ongewenst ervaart. Bijvoorbeeld een geluid wat iemand als vervelend ervaart, noemen we geluidsoverlast. Aangezien het om de ervaring van overlast door één of meerdere personen gaat, is overlast iets subjectiefs. Dit is een belangrijk gegeven voor de beoordeling en aanpak van overlast.

Aan de ene kant kan namelijk gezegd worden dat het opgelost kan worden door de bron aan te pakken (bijvoorbeeld het dimmen van geluid bij geluidsoverlast). Aan de andere kant kan gezegd worden dat overlast bijna niet te verhelpen is, omdat er nou eenmaal mensen zijn die altijd zullen klagen dat ze overlast ervaren.

Ontstaan van overlast en sociale onveiligheid

Het ontstaan van overlast komt voort uit de wijze waarop mensen een omgeving met elkaar gebruiken. In de gebouwde omgeving heeft elke locatie een bestemming. Mensen die deze locaties gebruiken zijn de zogenaamde gebruikers. Wanneer gebruikers de locatie niet volgens de bestemming gebruiken is er sprake van onbedoeld, oneigenlijk of ongewenst gebruik. Dit kan bij anderen leiden tot een ervaring van overlast met sociale onveiligheid als gevolg (López et al, 2008).

Onvoorziene ontwikkelingen

hangplekken en territorialiteitOverigens kan onbedoeld gebruik in sommige gevallen ook tot (onvoorziene) positieve ontwikkelingen op een locatie leiden. Zo ervaren buurtbewoners weliswaar vaak overlast als bijvoorbeeld een speeltuin gebruikt wordt door hangjongeren, maar voor deze jongeren is het juist belangrijk voor hun ontwikkeling om een eigen plekje te hebben (Childress, 2004). Vaak hebben ze dit niet, waardoor ze zich zo een plekje toe eigenen. In dit geval is er sprake van onbedoeld gebruik (de speeltuin is namelijk geplaatst als speelplek voor kinderen), maar de beleving van dit gebruik wordt verschillend ervaren.

Afstemming tussen fysieke inrichting en toekomstige gebruikers

Om ongewenst gebruik van locaties te verminderen dient de fysieke inrichting van een bepaalde locatie en haar directe omgeving afgestemd te zijn op de gewenste gebruikers. Dit is een algemeen vereiste voor een goed ontwerp. Om daarnaast voor meer sociale veiligheid te ontwerpen is er specifieke kennis nodig.

Sociaal veilig ontwerpen

Deze kennis kennen we in Nederland vooral onder de noemer Sociaal Veilig Ontwerpen. Sociaal Veilig Ontwerpen is de Nederlandse vorm van de internationaal geaccepteerde CPTED benadering. CPTED (spreek uit als ‘sep-ted’) staat voor Crime Prevevention through Environmental Design. De CPTED benadering stelt dat een juist ingerichte en effectief gebruik van de gebouwde omgeving kan leiden tot een vermindering van angst voor en voorkomen van criminaliteit en een verbetering van de kwaliteit van leven (Wortley & Mazerolle, 2011). Voor meer achtergrondinformatie over de oorsprong van CPTED, zie dit artikel; Oorsprong CPTED.

Hoe werk ik aan sociale veiligheid in het ontwerp van een omgeving?

In het Handboek Veilig Ontwerp en Beheer (López et al, 2008) van de Stichting Sociaal Veilig Ontwerpen, wordt gesteld dat sociale veiligheid kan worden beïnvloed door ontwerp, bouw, inrichting en beheer. Dit kan door een beperkt aantal richtlijnen in samenhang met elkaar te hanteren. Deze richtlijnen zijn de zogenaamde ZETA-richtlijnen:

  1. Zichtbaarheid
  2. Eenduidigheid
  3. Toegankelijkheid
  4. Aantrekkelijkheid

1. Zichtbaarheid

Zichtbaarheid kan omschreven worden als ‘zien en gezien worden’. Dit is belangrijk om te zien en weten wat er zich afspeelt in de omgeving en om erop te kunnen vertrouwen dat anderen dit ook zien en weten.

verbeter sociale veiligheid met straatverlichtingZichtbaarheid wordt voor een groot deel bepaald door zichtlijnen, overzichtelijkheid en verlichting. Ook is de aanwezigheid van mensen en toezicht bepalend voor zichtbaarheid. Naast zien en gezien worden, gaat het ook om horen en gehoord worden en om kennen en gekend worden. Horen en gehoord worden ontstaat wanneer er voldoende mensen aanwezig zijn. Voor kennen en gekend worden is een bepaalde kleinschaligheid nodig.

Het toepassen van de richtlijn zichtbaarheid moet weloverwogen worden gedaan. Belangrijk is namelijk dat zichtbaarheid geen schijnveiligheid creëert. Onveilige gebieden verlichten kan er bijvoorbeeld ook voor zorgen dat mensen een onveilig gebied meer gebruiken, terwijl dit in dat geval juist meer mogelijke slachtoffers biedt en daarmee alleen een positief effect voor daders heeft. Daarnaast dient gelet te worden op overdaad en het recht op anonimiteit en privacy.

2. Eenduidigheid

eenduidige grenzen geven mensen duidelijk beeld van gebruik een normVoor zowel gebruikers als voor beheerders moet het duidelijk zijn welke status en functie een gebied heeft en wie voor het beheer verantwoordelijk is. Hiervoor is eenduidigheid en duidelijkheid in de zonering en markering van ruimte belangrijk. Goede grenzen creëren een gevoel van controle en veiligheid, omdat duidelijke grenzen de gebruiker de mogelijkheid bieden de omgeving te begrijpen.

Naast duidelijke grenzen is een duidelijke en eenduidige routing met goede oriëntatiemogelijkheden belangrijk voor een positieve beleving. Voor gebruikers is het namelijk belangrijk dat zij zich goed kunnen oriënteren, dit geeft een gevoel van controle. Tevens creëert een duidelijke en eenduidige routing een bundeling van voetgangersstromen, waardoor gebruikers een hogere mate van sociale controle ervaren.

3. Toegankelijkheid

wat is territorialiteit?Gebruikers moeten een bepaalde locatie kunnen gebruiken, zoals zij dat volgens de bestemming zouden moeten kunnen. De gebouwde omgeving moet daarvoor toegankelijk zijn voor gewenst gebruik en hulpdiensten en, waar nodig, ontoegankelijk voor ongewenst gebruik (lees ook de blog over territorialiteit).

Toegankelijkheid gaat over het gemak waarmee ruimten kunnen worden bereikt, gebruikt en weer verlaten. Dit wordt grotendeels bouwkundig geregeld. Bijvoorbeeld door de plaatsing van toegangen, looproutes, uitgangen en vluchtroutes. Ontoegankelijkheid daarentegen gaat over het minder gemakkelijk bereikbaar maken van ruimten voor ongewenste gebruikers. Dit wordt zowel fysiek (afsluiting door deuren/hekken e.d.) als organisatorisch (toezicht en handhaving) geregeld.

4. Aantrekkelijkheid

beeld uit onderzoek van Kezier e.a. (2008)Sociale veiligheid is gebaat bij een omgeving waar zorg en aandacht aan besteed is, omdat hiermee een bepaalde gedragsnorm wordt uitgestraald. Een verwaarloosde omgeving straalt namelijk uit dat het overschrijden van normen en wanorde wordt toegelaten (zie ook de blog over de broken window theory).

Zichtbaarheid, eenduidigheid en toegankelijkheid zijn de eerste voorwaarden voor een aantrekkelijke omgeving. Hiernaast zijn er nog zes andere voorwaarden, namelijk:

  • Esthetische kwaliteit
  • Een aantrekkelijk functieaanbod
  • Onderhoud en beheer
  • Esthetische duurzaamheid
  • Technische duurzaamheid
  • Sociale duurzaamheid

Wetenschappelijk bewijs is schaars

Empirisch onderzoek met als doel om de losse onderdelen van de fysieke en sociale omgeving te meten en er doelgerichte veranderingen in aan te brengen om de effectiviteit hiervan te evalueren, is erg lastig en kost veel tijd. Hierdoor wordt zulk onderzoek dan ook weinig gedaan, waardoor wetenschappelijk bewijs voor het effect van de ZETA-richtlijnen schaars is.

Internationaal geaccepteerde benadering

Wel is de basis van de ZETA-richtlijnen, de CPTED benadering, uitgegroeid tot een internationaal geaccepteerde benadering om sociale veiligheid te beïnvloeden door met ontwerp, bouw en beheer in te spelen op de inrichting van de gebouwde omgeving. Ondanks dat empirisch bewijs nog niet absoluut is aangetoond, is er een grote en groeiende hoeveelheid onderzoek dat de bewering steunt dat CPTED een praktische en effectieve manier van criminaliteitspreventie is (Cozens, Saville en Hillier, 2005). Minder zeker is echter hoe losse onderdelen van CPTED precies werken, waar ze het beste werken en hoe de effecten systematisch met afdoende zekerheid geëvalueerd kunnen worden.

Deel kennis

Om meer inzicht te krijgen in wetenschappelijk onderbouwd bewijs voor het gebruik van de ZETA richtlijnen is het delen van kennis nodig. Heb je toevoegingen, (nieuw) onderzoek of iets anders nuttigs? Deel het dan hieronder met ons en andere lezers!

Opmerking toevoegen

Over de schrijver

Randy Bloeme

De interactie tussen menselijk gedrag en de gebouwde en sociale omgeving vind ik fascinerend. Mede hierdoor studeerde ik Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente. Met bijvakken in de Omgevingspsychologie had ik mijn ambitie te pakken: het toepassen van omgevingspsychologische kennis en methoden in veiligheidsthema’s.

In het dagelijks leven werk ik als onderzoeker bij de DSP-groep op het terrein van Openbare Orde en Veiligheid. Ik geloof dat veel onderzoek en beleid op het terrein van Openbare Orde en Veiligheid kan profiteren van kennis en inzichten uit de omgevingspsychologie. Benieuwd hoe, of zelf juist goede ideeën hierover? Ik kom graag met je in contact!

Een vraag? Een opmerking?

Uw e-mail adres

Uw bericht

Type deze code over
captcha