Omgevingspsycholoog
Psychologie van spelen

Hoe kan de openbare ruimte spelen van kinderen faciliteren?

Kinderen vinden spelen leuk en spelen hangt sterk samen met de cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling van kinderen. Wetenschappers onderscheiden 5 soorten van spelen: fysiek spel, spelen met objecten, symbolisch spel, doen alsof en spellen met regels. Ieder van deze vormen staat op verschillende manieren in relatie met de cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling van kinderen.

Distress, de afwezigheid van een goede emotionele hechting met ouders en een risicomijdend houding van ouders en speelplaatsontwerpers kunnen de kwaliteit van spelen verminderen. In de laatste paragraaf bespreken we hoe spelomgevingen meer kunnen bijdragen aan het kunnen nemen van risico, ontwikkelen van onafhankelijkheid, bekwaamheid, executieve functies en vriendschap.

Onderbouwing

Het eerste deel van de tekst (tot en met de paragraaf ‘Welke factoren bedreigen kunnen spelen?’) is gebaseerd op de publicaties “The importance of play” van Whitebread e.a. (2012) en “The role of play in children’s development: a review of the evidence” van Whitebread e.a. (2017). Hierin geven zij een uiteenzetting van wetenschappelijk onderzoek naar spelen en koppelen hun inzichten aan overheidsbeleid.

Waarom is spelen belangrijk?

Kinderen vinden spelen leuk. Veel wetenschappelijk onderzoek laat zien dat spelen de cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling van mensen sterk met elkaar samenhangen. De psychologische verklaring hiervoor is dat spelen bijdraagt aan het ontwikkelen van:

  • Taal en andere representerende vaardigheden (zoals rekenen of tekenen),
  • Metacognitie (aandacht voor eigen cognitieve en emotionele processen), en zelfregulerende vaardigheden (vaardigheden om cognitieve en emotionele processen te controleren).
  • Sociale vaardigheden (zoals begrip van rollen, verwachtingen en regels).

In de volgende paragraaf ‘Welke vormen van spelen zijn er’ gaan we in meer detail in op de relatie tussen spelen en de psychologische ontwikkeling van kinderen.

Veel van het bewijs voor deze stellingen is correlationeel van aard. Dat wil zeggen; de cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling hangt positief samen met spelen. Dit betekent bijvoorbeeld dat we niet met zekerheid kunnen stellen of spelen nou de oorzaak of het gevolg is van de cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling. Er is nog weinig direct bewijs voor het vaststellen van een eenduidige causale relatie. Ondanks dat, kunnen we op basis van vele wetenschappelijke studies uit verschillende disciplines wel stellen dat spelen een belangrijk onderdeel is in de ontwikkeling van een mens.

In dit stuk focussen op we op spelen door kinderen. Hoewel spelen vaak wordt geassocieerd met kinderen en onvolwassenheid, spelen volwassenen ook veel en hangt spelen voor hen ook samen met vele voordelen.

Welke vormen van spelen zijn er?

Wetenschappers onderscheiden 5 soorten van spelen:

  1. Fysiek spel
  2. Spelen met objecten
  3. Symbolisch spel
  4. Doen alsof
  5. Spellen met regels

Iedere vorm van spelen draagt bij aan verschillende vormen van cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling van kinderen. Daarom geven wetenschappers aan dat het wenselijk is dat kinderen alle vormen van spel kunnen uitvoeren. Idealiter ondersteunt de openbare ruimte alle vormen van spelen.

In de praktijk komen de verschillende vormen van spelen vaak gecombineerd voor. Bijvoorbeeld; terwijl een kind doet alsof het een ontdekkingsreizigers is (doen alsof), klimt het in een boom (fysiek spel) en maakt het nieuwe geluiden (symbolisch spel). Het maken van het onderscheid heeft hier vooral als doel om de lezer inzicht te geven in de verschillende type gedragingen die gepaard gaan met spelen en mogelijke (positieve) gevolgen van spelen.

Fysiek spel

Fysiek spel bestaat uit:

  • Fysieke oefeningen, denk aan springen, rennen of klimmen.
  • Stoeien, bijvoorbeeld met vrienden of ouders.
  • Fijne motoriek oefeningen, denk aan vastpakken, mikken of hutten bouwen.

Fysieke oefeningen dragen bij aan de ontwikkeling van het gehele lichaam, oog-handcoördinatie en het opbouwen van kracht en uithoudingsvermogen.

Stoeien is een verzameling van gedragingen als achtervolgen, beetpakken, schoppen, worstelen en op de grond rollen. Stoeien lijkt een mechanisme te zijn waarmee kinderen hun agressie leren te controleren. Ook wordt het geassocieerd met het ontwikkelen van sterke emotionele banden met anderen.

Fijne motoriek oefeningen zijn activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling van fijne hand- en vingermotoriek bij jonge kinderen. Deze vorm van spelen vindt vaak solitair plaats.

Spelen met objecten

Spelen met objecten begint al vroeg, zodra jonge kinderen objecten kunnen vastpakken. In deze fase omvat spelen bijvoorbeeld objecten in hun mond stoppen, draaien of gooien. Na 18 tot 24 maanden gaan kinderen objecten sorteren. Vanaf een jaar of 4 gaan kinderen met objecten bouwen, objecten maken en construeren.

Spelen met objecten hangt samen met de ontwikkeling van denken, redeneren en probleemoplossende vaardigheden. Als kinderen spelen met objecten, stellen ze doelen en uitdagingen voor zichzelf, monitoren ze hun vooruitgang en ontwikkelen ze een toenemend verzameling aan cognitieve en fysieke vaardigheden en strategieën om deze doelen en uitdagingen op te lossen.

Symbolisch spel

Tijdens symbolisch spel, spelen kinderen met symbolische uitingen als geluiden, woorden of afbeeldingen. Denk aan rijmpjes maken, stoepkrijten of fysieke grenzen markeren. Mensen maken gebruik van een grote diversiteit aan symbolische systemen zoals gesproken taal, lezen, schrijven, getallen, visuele media en muziek. Het leren van deze aspecten is in de eerste 5 jaar van het leven van mensen een belangrijk onderdeel van spelen. Deze vormen van spelen hangen samen met het ontwikkelen van technische vaardigheden om ervaringen, ideeën en emoties te uiten en op te reflecteren.

Doen alsof

In doen alsof spelen, spelen kinderen gebeurtenissen of karakters na. Denk aan een bezoek aan het ziekenhuis of vadertje en moedertje. In de geürbaniseerde, technologisch ontwikkelde wereld is dit de meest voorkomende vorm van spelen onder jonge kinderen. Dit start al vanaf de leeftijd van één jaar.

Hoge kwaliteit doen alsof spelen is sterk geassocieerd met cognitieve, sociale en academische ontwikkeling. Deze vorm van spelen wordt wel eens ‘vrij spelen’ genoemd, kinderen worden alleen geremd door hun fantasie. Paradoxaal doet deze vorm van spelen juist het grootste beroep op zelfbeheersing van kinderen. Gedurende het doen alsof spelen moeten kinderen de sociale regels volgen die hun karakter representeren. Doen alsof spelen draagt bij aan deductie, sociale competentie en zelfregulatie.

Spellen met regels

Spellen met regels zijn spellen als tikkertje, verstoppertje of overgooien en op latere leeftijd spellen als kaarten, bordspelen of computerspelletjes. Het kunnen ook door kinderen zelfverzonnen spellen zijn. Kinderen proberen hun leefwereld te snappen en zijn daarom geïnteresseerd in regels. Als een gevolg daarvan genieten ze van spellen met regels.

De spellen helpen kinderen met het begrijpen van (type) regels. Daarnaast leren jongere kinderen sociale vaardigheden als delen, beurt afwachten en het begrijpen van iemands anders standpunt.

Welke factoren bedreigen kunnen spelen?

Wetenschappelijk onderzoek identificeert verschillende sociale en fysieke factoren die de mate van spelen door kinderen beïnvloeden. We bespreken hier de factoren die relevant zijn in het kader van het project speelweefselplan Leuven.

Stress

Stress kan spelen bevorderen en hinderen. Deze complexe relatie wordt verklaard doordat er verschillende vormen van stress te identificeren zijn:

  • Eustress of positieve stress draagt bij aan de mate waarin kinderen spelen. Deze vorm van stress komt voor bij het doen van nieuwe dingen, onvoorspelbaarheid van een nieuwe omgeving en als kinderen emotioneel worden ondersteund om nieuwe ervaringen te verkennen.
  • Distress of negatieve stress hindert de mate van spelen. Deze vorm van spelen komt voor in bedreigende situaties en als kinderen onvoldoende emotioneel worden ondersteund om nieuwe uitdagingen aan te gaan.

Armoede

Armoede kan spelen hinderen. Als kinderen in arme omgevingen te weinig eten, hebben ze te weinig metabolische energie die nodig is om te kunnen spelen. Als ouders door armoede (te veel) stress ervaren, is het niet goed mogelijk om een veilige emotionele band op te bouwen die nodig is voor kinderen om optimaal te kunnen spelen.

Risicomijding volwassenen

Als ouders, verzorgers en/of leraren de omgeving als bedreigend waarnemen, kunnen ze te beschermend, risicomijdend en controlerend gedrag vertonen, waardoor kinderen niet of minder vrij kunnen spelen. Op deze manier kunnen angst voor verkeersonveiligheid, criminaliteit, intimidatie, geweld of vervuiling bijdragen aan een speelonvriendelijke omgeving voor kinderen. Als gevolg hiervan kan de ruimte waarin kinderen zonder toezicht mogen spelen afnemen (in de UK is de ruimte om huizen waar kinderen vrij mogen spelen sinds de jaren ‘70 met 90% afgenomen). Dit effect wordt ook wel het ‘nature deficit disorder’ genoemd, waarbij kinderen weinig toegang hebben tot buiten en natuurlijke omgevingen.

Als kinderen niet de tijd, ruimte en zelfstandigheid krijgen om hun eigen en spontane spel te ontwikkelen, kunnen zelfs de meest speelgezinde kinderen niet goed spelen. Doordat veel speelplekken door volwassenen worden ontworpen en deze volwassenen soms risico’s mijden in hun ontwerp, voorzien sommige speelplekken niet goed in de speelbehoeftes van kinderen. Kinderen focussen in hun spel op andere plekken en attributen dan volwassenen. Succesvolle speelomgevingen zijn vaak natuurlijke en ongeplande omgevingen, zoals ‘advanture playgrounds’  waarin kinderen de omgeving kunnen aanpassen en hun eigen plek kunnen bouwen.

Wat betekent dit voor speelomgevingen?

Uit de 5 soorten van spel volgen speelbehoeftes en ruimtelijke consequenties voor speelplekken. Solomon (2014) houdt in “The science of play” een pleidooi voor het ontwerpen van speelplekken die de ontwikkeling van kinderen beter ondersteunen. Ze doet hierin een aantal bruikbare ontwerpsuggesties voor het ontwikkelen van zulke speelplekken. Deze vatten we hieronder samen.

Haar pleidooi is vooral een reactie op het risicomijdende ontwerp van speelplaatsen (wat zij vooral in de VS observeert). Doordat het ontwerp en de inrichting van deze speelplekken gericht is op het voorkomen van ongelukken en fouten, kunnen kinderen niet (volledig) vrij spelen. Deze conclusie wordt ook getrokken door Whitebread e.a. (2017), zie paragraaf ‘Risicomijding volwassenen’.

Risico en onafhankelijkheid

Als kinderen hun leefomgeving verkennen, is risico nemen een gevolg. De uitkomst van de interactie tussen kind en de nieuwe omgeving is nog onbekend. Daarmee is risico verbonden aan het onafhankelijk worden van kinderen. Risico betekent niet dat kinderen op het dak mogen lopen of ongehinderd achter een bal aan de straat op kunnen rennen, dit zijn gevaren. Risico betekent dat de uitkomst van een situatie onduidelijk is, niets is vooraf vastgesteld. Kinderen zoeken hierin een balans (zogezegd, hun eigen grenzen) tussen ‘horryfining’ en ‘scary’ activiteiten.

De volgende elementen dragen bij aan het kunnen nemen van risico en het opzoeken van hun eigen grenzen: snelheid, (grote) hoogtes, kunnen verdwijnen (uit het zicht van ouders) of verdwalen, kunnen gebruiken van mogelijk gevaarlijke gereedschap, spelen in de buurt van een gevaarlijke omgeving of stoeien.

Bekwaamheid

Een gevolg, of bijproduct, van risico nemen en het doen van activiteiten waarvan de uitkomst onbekend is, is falen of slagen. In risicovrije omgevingen kunnen kinderen minder goed hun vaardigheden ontwikkelen omdat ze alleen kunnen doen wat vooraf is bepaald.

De volgende onderwerpen dragen bij aan kunnen slagen en falen: verschillende moeilijkheidsgraden (afgestemd op verschillende doelgroepen en beperkingen), een duidelijk doel en een vergevend ontwerp. Met verschillende moeilijkheidsgraden blijft een speeltoestel interessant voor kinderen, ze kunnen zich blijven ontwikkelen. Een duidelijk doel, zoals het bereiken van de top van een klimrek, geeft kinderen duidelijke feedback wanneer ze succesvol zijn. Vergevend ontwerp, zoals een zachte ondergrond, maakt het mogelijk dat kinderen kunnen falen zonder dat het direct ernstige consequenties heeft, falen kan leuk zijn.

Executieve functies

Executieve functies zijn nodig om te plannen, volgordes te bepalen en problemen op te lossen. Ze zorgen voor efficiënt, sociaal en doelgericht gedrag. Executieve functies omvatten onder andere zelfcontrole, uitstellen van een beloning, negeren van afleidingen, focussen op een taak en afzien van impulsief gedrag.

Speelomgevingen kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van executieve functies door de aanwezigheid van een instructeur of spelleider, instructies voor vaardigheden, de mogelijkheid om de omgeving aan te passen aan behoeftes van kinderen, het stimuleren van fascinatie waarbij kinderen zelf hun voorstelling kunnen maken, koppeling van ruimte met een curriculum en mogelijkheden voor groepsactiviteiten.

Vriendschap

Kinderen hebben vriendschap nodig voor kameraadschap, het delen van angsten en dromen, voor het leren delen en sluiten van compromissen en elkaar fysiek en creatief uit te dagen. Het hebben van vrienden is een vroege manier om onafhankelijk van ouders te kunnen zijn. De speelplek moet daarom bijdragen aan het kunnen vormen van vriendschap.

Speelomgevingen kunnen bijdragen aan het vormen van vriendschappen door plekken te bieden waar kinderen zich kunnen afzonderen van anderen, ruimte om met andere te spelen, handelingen te bevorderen die samenwerking stimuleren en de communicatie van sociale regels, toezicht hierop en handhaving hiervan.

Opmerking toevoegen

Over de schrijver

Joren van Dijk

In 2010 startte Joren de blog Omgevingspsycholoog.nl om de wetenschappelijke inzichten van omgevingspsychologie toegankelijker te maken voor het grote publiek. Zijn doel was (en is nog steeds) ervoor zorgen dat omgevingspsychologie een vast onderdeel wordt van bouw- en ontwerpprojecten. Dit lukt, steeds meer organisaties zien de meerwaarde van omgevingspsychologie en betrekken een omgevingspsycholoog in hun bouw- en ontwerpprojecten.

Joren’s specialisaties zijn mobiliteit, openbaar vervoer, veiligheid, licht en wachtbeleving. Daarnaast reist hij stad en land af om te vertellen over omgevingspsychologie.

Geprikkeld? Ik hoor graag van je! Je kunt me bereiken op:

joren@omgevingspsycholoog.nl
070 221 0793
06 4932 6072

Een vraag? Een opmerking?

Uw e-mail adres

Uw bericht

Type deze code over
captcha