Omgevingspsycholoog

10 manieren waarop wij ons territorium verdedigen

Territorialiteit is belangrijk voor ons. Daarom verdedigen we het graag. Hoe doen we dat dan? Hier 10 manieren waarop wij ons territorium verdedigen.

Territorialiteit is belangrijk voor ons. In de blog over territorialiteit heb ik uitgelegd hoe territorialiteit ons voorziet in een aantal basale psychologische behoeftes en structuur aanbrengt in onze sociale interactie. Dat ons territorium zo belangrijk is, maakt ook dat we deze graag verdedigen. Maar hoe doen we dat dan? In deze blog vind je 10 verschillende manieren waarop wij ons territorium actief en passief verdedigen.

Veel mensen denken bij verdedigen van territorium al snel aan agressiviteit en geweld (zoals in het plaatje hierboven). Dat terwijl agressiviteit een zeldzame manier van verdedigen is (Gifford, 2007, p 177). Je kunt je daarom ook afvragen of ‘verdedigen’ wel het juiste woord is. Het zijn eerder uitingen van territorialiteit dan echt ‘verdedigen’.

Behalve agressiviteit en geweld zijn er veel meer manieren waarop wij ons territorium ‘verdedigen’. De essentie van veel van deze manieren van verdedigen is dat wij ‘de ander’ willen laten weten dat iets van ons is of dat we het in ieder geval als zodanig ervaren. Grofweg kun je deze manieren opdelen in preventief en reactief verdedigen (Knap, 1978).

Preventief verdedigen

Hieronder volgen een aantal manieren waarop wij proberen om ons territorium bij voorbaat goed te verdedigen. We willen duidelijk maken aan de buitenstaander dat dit ons territorium is of we willen het hem of haar onmogelijk maken.

1. Aanraken

Een hele subtiele vorm van verdedigen is dat mensen iets dat als een territorium van hen voelt vaker aan raken. Dit zie je bijvoorbeeld terug bij restaurantgasten die hun bord vaker aanraken als deze door een ander word opgediend, in plaats van dat ze deze zelf opdienen (Truscott e.a., 1977). Ook raken gamers in een arkade hal hun computerspel vaker aan als ze door een ander persoon worden benaderd (Werner e.a., 1981). Het vaker aanraken gebeurt veelal onbewust, maar de communicatie is duidelijk: hier zit ik!

2. Markeren

We geven onze omgeving aan door hem te markeren. Gekscherend wordt er bij markeren wel eens verwezen naar een hond die zijn territorium markeert door tegen een paaltje aan te plassen. Nou staan wij mensen niet snel in de hoek van ons kantoor te plassen, maar toch hebben wij vergelijkbare manieren om ons territorium aan te geven.

Baken territorium af door spullen neer te leggenEen bekende vorm van markeren is het laten liggen van spullen. Bijvoorbeeld een jas over de stoel, een paar boeken op tafel of een tas op de stoel naast je in de trein kan een manier zijn om te laten weten dat dit territorium is toegeëigend. Je ziet deze manier van afbakenen veel terug in openbare ruimtes, zoals treinen, stations, gemeente kantoren of bibliotheken.

Markeren zie je ook terug in de openbare ruimte. Door middel van variatie in bestrating in materiaal en kleur wordt aangegeven welke delen van de ruimte publiek en privé zijn.

Een meer expliciete vorm van markeren is het ophangen van bordjes. ‘Eigen terrein’, ‘verboden toegang’ of ‘hier waak ik’ zijn ondubbelzinnig bedoeld om mensen buiten te houden. Graffiti op gebouwen kan ook een vorm zijn van het afbakenen van territorium (Ley & Cybriwsky, 1974).

3. Personaliseren

Het markeren heeft ook een vorm van personaliseren van de omgeving in zich, door persoonlijke elementen toe te voegen wordt de omgeving meer van die persoon. Personaliseren kan positieve effecten hebben op de persoon die dit doet; het geeft een gevoel van controle, maakt de plaats onderdeel van iemands identiteit en het helpt stress verminderen (Gifford, 2007). Helaas zijn er veel organisaties die juist het personaliseren van de omgeving proberen te beperken.

Ook kan het ophangen van bordjes (zie hierboven) een manier zijn om een omgeving te personaliseren en zo aan te geven dat het iemands territorium is. Er is een grote diversiteit aan bordjes en stickers die het mogelijk maken om deze boodschap te communiceren. Denk aan bumper stickers, ‘pas op hier waak ik’-bordjes of deurmatten die van een tekst of design voorzien zijn.

4. Symbolische afbakening

Een wat actievere vorm van het verdedigen van ons territorium is het beheren van de toegang tot een ruimte. Een subtiele manier van het beheren van de toegang tot een ruimte is het creëren van barrières die buitenstaanders buiten houden of het ‘moeilijker’ maken om een ruimte binnen te komen.

Symbolische afbakening van territoriumBeplanting, tussen bijvoorbeeld een stoep en een school, is een ‘symbolische’ manier van afbakening. De school kan nog steeds bereikt worden, maar omdat de norm ons vertelt dat we niet door een tuin ‘mogen’ lopen, zijn we minder geneigd om dit te doen. Iemand die daar geen boodschap aan heeft, kan natuurlijk nog relatief gemakkelijk de school bereiken. Een vergelijkbaar voorbeeld zijn tuinhekjes of muurtjes rondom (voor)tuintjes. Ze zijn gemakkelijk te passeren, maar geven toch duidelijk aan wie dit territorium zich heeft toegeëigend.

Voor het aangeven van ons territorium kunnen symbolische afbakeningen een effect hebben, inbrekers lijken er minder van onder de indruk te zijn. Een studie naar hoe inbrekers huizen en symbolische barrières (zoals hekjes, heggen en beplanting) beoordelen, laat zien dat inbrekers barrières eerder als uitdaging zien dan als een belemmering (MacDonald & Gifford, 1989). Bovendien kunnen de barrières worden geïnterpreteerd als een symbool van waarde. In dat huis valt wat te halen, de bewoners hebben er immers moeite in gestoken.

5. Harde afbakening

School beschermt plein met hekwerk fortEen gracht, zoals tussen de tribune voor de supporters en het voetbalveld voor de voetballers in de Amsterdam Arena, is een meer expliciete barrière voor iemand die het territorium wil betreden. De hekken in voetbalstadions of rondom gebouwen dienen hetzelfde nut. Om binnen te komen moet een buitstaander substantieel meer moeite doen dan bij de symbolische barrières.

Een andere subtiele manier om de toegang tot een ruimte in een gebouw te controleren is het beperken van de hoeveelheid ingangen die er tot een ruimte zijn (Bafna, 2003). Hoe meer ingangen er zijn, hoe minder gemakkelijk een ruimte te controleren is.

Ook kunnen we de openbare ruimte ‘verdedigen’ door de toegang van straten te bepalen. Door het aan of afsluiten van straten, wordt er mede bepaald welke straten doorgaand zijn en welke doodlopen. Een doorgaande weg brengt automatisch meer verkeer met zich mee dan een doodlopende. In doodlopende straten is er meer sociale activiteit van buurtbewoners, waardoor er meer sociale controle in de wijk is en er minder antisociaal gedrag plaatsvindt (Gifford, 2007, p 174). Ook maakt een kleinere hoeveelheid verkeer het voor bewoners makkelijker om te bepalen wie er vreemde is of bewoner (Gifford, 2007, p 183).

6. Toegang bewaken

Het actief beheren van de toegang, bijvoorbeeld door een portier of veiligheidsbeambte, is ook een vorm van territorialiteit. Deze persoon bepaalt wie er wel en niet binnen mag komen.

Ook landen beheren actief wie er wel en geen toegang heeft tot ‘ons’ territorium. Daar waar wij mogen wapperen met ons paspoort bij de douane, hebben meer traditionelere samenlevingen speciale groeten die hun helpen te bepalen wie er wel en niet hun territorium mag betreden (Diamond, 2013).

Reactief verdedigen

Als bovenstaande allemaal niet werkt en iemand dreigt ons territorium binnen te dringen, hebben we nog een heel scala aan actievere methoden om ons territorium te verdedigen. Des te sterker we een ruimte als ons eigendom ervaren, des te meer zijn we bereid om deze ruimte te verdedigen (Taylor & Brooks, 1980). Een mooi voorbeeld hiervan is de studie van Edney (1972). Mensen die bordjes met ‘ga weg’ of ‘eigen terrein’ in hun tuin hebben staan, reageren vlugger als er op de deur wordt geklopt dan mensen die niet deze bordjes hebben.

7. Vluchten

Territorium schending in bibliotheek leidt vaak tot vluchtenDe meest defensieve vorm van reactief verdedigen is eigenlijk geen vorm van verdedigen: vluchten. Dit zie je dan ook terug in ruimtes waar we erg weinig territorialiteit (of psychologisch eigendom) ervaren: de (semi) openbare ruimte. Als we in een bibliotheek zitten, ervaren we minder territorialiteit. Als daar een indringer iemands territorium schendt, dan heeft de ‘bewoner’ de neiging om zijn spullen te pakken en elders te gaan zitten (Becker, 1973).

8. Langer bezet houden

Mensen hebben de neiging om hun territorium langer bezet te houden als er iemand staat te wachten. Zo houden automobilisten hun parkeerplek langer bezet als er een andere auto staat te wachten (Ruback & Juieng, 1997) of telefoneren mensen langer als er een ander staat te wachten voor een telefooncel (Ruback e.a., 1989) (ik weet, wie staat er nu nog in een telefooncel, het gaat om het voorbeeld ;-) ).

9. Intimidatie & agressiviteit

Als de indringer niet weg wil gaan uit ons territorium, hebben we natuurlijk de mogelijkheid om deze te intimideren en te irriteren. Voorbeelden hiervan zijn schreeuwen, het geven van vuile blikken of het breed gaan zitten op een bankje als iemand naast je komt zitten.

In uiterste gevallen gebruiken we wel eens geweld om ons territorium te verdedigen, maar eigenlijk doen we dat zelden. Eén van de redenen hiervoor is dat agressiviteit en geweld in (westerse) staten sterk wordt ontmoedigd. Dodelijk geweld in meer traditionele samenlevingen kwam (tot het ingrijpen van staten) vaak voor om onder andere het territorium af te bakenen (Diamond, 2013).

10. Juridische middelen

Wetgeving helpt ons om territorium te verdedigenEerder zullen we naar juridisch middelen grijpen om onze claim op een stukje grond te rechtvaardigen. Denk bijvoorbeeld aan de bordjes ‘verboden toegang’. De grondslag hiervan is dat bij wet geregeld is wie er wel en niet op een terrein mag komen. Als dit wordt geschonden, kan de eigenaar van de grond een rechtszaak beginnen. In sommige gevallen leidt dit weer tot hilarische TV in de vorm van de ‘Rijdende rechter’.

Ook zien we het gebruik van juridische middelen terug als mensen zich niet aan de regels van een bepaalde omgeving houden. Dan kan de toegang tot die omgeving worden ontzegd. Denk maar aan iemand die ruzie zoekt in een kroeg en er daar niet meer in komt. Overtreders van de wet kunnen door de overheid hun vrijheid in zijn geheel verliezen. 

Conclusie

Hoewel er soms wel eens negatief gedaan wordt over territorialiteit; lijkt het een belangrijk begrip voor ons mensen te zijn. Het geeft ons een gevoel van controle. Dat het zo belangrijk voor ons is, zien we dan ook terug in de vele verschillende manieren waarop we ons territorium proberen te verdedigen.

Ontwerpers, managers of beleidsmedewerkers doen er daarom, denk ik, verstandig aan om te beseffen dat territorialiteit niet per se iets negatiefs is en wat voorkomen zou moeten worden. De andere kant van het verhaal is dat territorialiteit niet heilig is. Zeker in ruimtes die gebruikt worden door verschillende gebruikers, moet er een goede balans gevonden worden tussen ‘de mogelijkheid om een plekje toe te eigenen, hoe kort ook’ en ‘de omgeving beheersbaar houden, zonder dat het een apenrots wordt’.

Opmerking toevoegen

Over de schrijver

Joren van Dijk

In 2010 startte Joren de blog Omgevingspsycholoog.nl om de wetenschappelijke inzichten van omgevingspsychologie toegankelijker te maken voor het grote publiek. Zijn doel was (en is nog steeds) ervoor zorgen dat omgevingspsychologie een vast onderdeel wordt van bouw- en ontwerpprojecten. Dit lukt, steeds meer organisaties zien de meerwaarde van omgevingspsychologie en betrekken een omgevingspsycholoog in hun bouw- en ontwerpprojecten.

Joren’s specialisaties zijn mobiliteit, openbaar vervoer, veiligheid, licht en wachtbeleving. Daarnaast reist hij stad en land af om te vertellen over omgevingspsychologie.

Geprikkeld? Ik hoor graag van je! Je kunt me bereiken op:

joren@omgevingspsycholoog.nl
070 221 0793
06 4932 6072

Een vraag? Een opmerking?

Uw e-mail adres

Uw bericht

Type deze code over
captcha